Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de volgende episode was de ie luitenant der infanterie K. F. A. van Emde de held en tevens het slachtoffer. Zijn gedrag getuigde van kalmen moed en stipte plichtsbetrachting. In den aanvang van zijn schoone loopbaan stierf hij den krijgsmansdood, benijd door de slachtoffers van het klimaat, beweend door zijné makkers en betreurd door eiken vriend van het vaderland.

De laatste expeditionnaire troepen waren nog niet te Amoentay aangekomen, toen men reeds meerdere kennis had verkregen van het moeiehjke oorlogs-terrein. Onmiddellijk nadat Amoentay, de begraafplaats der eerste sultans van het Bandjersche rijk, als een der schuilplaatsen van Hidajat (rijksbestierder van dat rijk) bekend werd, besloot de chef der expeditie die plaats te bemachtigen, en wachtte slechts op een genoegzaam beschikbare macht om zijn plan te volvoeren. Toen dat tijdstip eindelijk aanbrak, wilde Hidajat zijn schuilhoek verlaten; doch de priesters en oudsten des volks riepen hunne onderhoorigen bijeen, met het voornemen hen over te halen om Hidajat uit te roepen als sultan van Bandjer. De sluwe rijksbestierder sloeg nochtans die eer af, onder voorwendsel, dat zijn aanhang zich daardoor een grootere wraak van het Nederlandsche gouvernement op den hals zou halen.

Deze schijnbare zelfverloochening had echter geen andere bedoeling, dan de bevolking uit te lokken zich krachtiger te verzetten en zich daardoor nog meer te compromitteeren. Immers, Hidajat begreep wel dat mets opwekkender is om een voorgenomen plan door te drijven, dan tegenspoeden, en dat hij zich door een schijnbaar edelmoedige daad nog meer bemind zou maken. Inderdaad bedroog hij zich daarin ook niet. Allen zwoeren den verafschuwden Nederlanders den grootsten haat toe; hun doodvonnis werd geveld, en Hidajat uitgeroepen tot sultan!

De verovering der benting Amoentay en de vergiffenis voor het

Sluiten