Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanvankelijk verzet hielden wel is waar de gemoederen eenigen tijd in bedwang, maar beletten niet dat de dweepzieke priesters in hun plan volhardden en slechts op een geschikte gelegenheid wachtten om het te volvoeren. Onderwerping en vriendschap huichelende, wisten zij zich bij het bestuur in te dringen: ja, een panghoeloe (plaatselijk hoofd van de godsdienst), Djalaloedin genaamd, legde op den koran den eed af van getrouwheid aan het gouvernement.

Onder den schijn van godsdienst-oefening te houden, werden er vergaderingen in den missigit (tempel) gehouden en kwam men in een laatste bijeenkomst overeen, om op den ioden Augustus de benting van Amoentay af te loopen. De algemeene meening was, dat in de gegeven omstandigheden die onderneming zeer gemakkelijk zou gelukken, omdat — zoo veronderstelde men althans — niets van het zoo goed beraamd en geheim gehouden voornemen kon uitlokken. De Bandjereezen verafschuwden ons, en hadden zich vroeger zonder uitzondering bereid verklaard om Hidaiat ten allen tijde te ondersteunen. Er was echter buiten den waard gerekend ; want een onzer bij de bevolking onbekende spionnen, had een vriend bij de vergadering, die in de hoop zijn makker voor de goede zaak te winnen, hem zóóveel van het plan mededeelde als hij meende te kunnen doen, zonder gevaar te loopen van verraden te worden.

Er was bepaald dat op den dag, waarop een patrouille van 60 bajonetten onder den isten luitenant van Emde uitgerukt was, — de bevolking wist dat dit binnen eenige dagen moest plaats hebben, — de panghoeloe Djalaloepin, die door zijn betrekking vrijen toegang tot de benting had, zich onder den schijn van ambtsbezigheden met eenige volgelingen in de benting begeven zoude, om, van binnen uit, het sein tot den aanval te geven. Men wist, dat door het vertrek van de patrouille van Emde, de bezetting van het fort grootendeels uit zieken zou bestaan; maar men vergat dat

Sluiten