Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schouder 't geweer ! — Zet af 't geweer! klinkt het kommando van den bataillons-kommandant.

De geweren behooren aan den voet te staan, maar menigeen heeft het zijne alweer geveld; want op het hooren van die gelijkmatige bewegingen der kletterende wapens, is het vijandelijk heir eenigszins teruggedeinsd en neigen een aantal lansspitsen naar voren. Gelukkig blijft de orde gehandhaafd.

„Nu nog mooier," pruttelt Verkest's nevenman. Als die zwarte kerels de lansen maar vellen, dan hoeven ze geen stap te doen om ons naar de maan te helpen. Vijf lansen tegen één bajonet."

De parade loopt evenwel zonder ongelukken af. De Balineesche koningen hebben den generaal beloofd Djagaraga te zullen slechten en zich aan het gouvernement te zullen onderwerpen. Ze marcheeren weer af, ieder door zijn eigen troep gevolgd. De pochers bij de kompagnie, die zich al dien tijd doodstil hebben gehouden, komen nu weer aan het woord, en „vinden het beroerd, dat de heele expeditie met een sisser afloopt."

Acht dagen later klaagt er echter niemand meer over werkeloosheid.

De hekken zijn verhangen; Djagaraga is niet ontruimd en zal hardnekkig verdedigd worden. Een korps, uitgezonden om de linie van versterkingen om te trekken, is reeds met den vijand slaags; men hoort althans op grooten afstand onophoudelijk vuren. De generaal schijnt te duchten dat het omtrekkende gedeelte zich niet staande kan houden en laat de positie in front aanvallen om de krachten der tegenpartij te verdeelen. Het bataillon waar Verkest bij staat, wordt daarvoor aangewezen en rukt vooruit. Spoedig beginnen de kogels te fluiten en de jonge soldaten onwillekeurige bewegingen met het hoofd te maken. Een flankeur struikelt en staat niet meer op. Een paar kameraden richten hem op, maar de officier zegt:

Sluiten