Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar binnen werden gedragen. Een europeesch jongetje speelde op het tuinpad, voor hun galerij. Achter hem aan drentelde een baboe, lusteloos en zonder overtuiging, machinaal telkens verbiedend:

„Djangan, njö.... tida boleh njöll" (niet doen dat

mag niet!)

Het kind stoorde zich er heelemaal niet aan. Alleen, toen een keer de baboe wat krachtiger optrad en hem vlak voor den ossenwagen wegsleurde, begon hij hevig te krijschen, te schoppen en te slaan. En stortte hij een stortvloed

van maleische scheldwoorden over haar uit. De meid onderging dit alles lijdelijk. En even later, toen het kind bedaard was, lijsde weer haar stem als te voren in monotonen zang:

„Djangan, njó.... tidah boleh, njó...."

Maar ze liet toch den jongen zijn eigen zin doen.

„Zóó voeden wij onze kinderen niet op, Marian!" zei Frank geërgerd.... „nou begrijp ik waarom kinderen uit Indië altijd zoo totaal onhandelbaar zijn!"

Marian knikte toestemmend, keek met half medelijden, half ergernis naar het bloedelooze bleeke kind, dat humeurig nu dreinde. En even, als haar eigen kindje woelde in haar schoot, werd een ongerustheid in haar wakker.... Of ook haar kind zoo zwak zou zijn.... zoo anaemisch.... zóó als dit kind, een vroeg oud menschje! En wijd welde het moedergevoel in haar op, dat ze het hoeden zou en verzorgen. ... alles geven wat ze het maar geven kón, om te voorkomen, dat baar kind zou zijn: een indisch kind!.... Nee.... hóllandsch!.... höllandsch zou ze het houden... Niemand zou het hem later aanzien.... haar kleinen jongen, dat hij was geboren in Indië....

De schemer begon nu ineens te vallen. Ergens werd een klok geluid: zes uur.... Het licht verduisterde snel.... Een koeltje slipte de galerij in. Een palm in een pot, die in een hoek stond waaierde wat met zijn blaren. Een paar muskieten zoemden binnen.... Zwaar en melancholisch werd de heele atmospheer.... Marian huiverde.... Een onbestemd heimwee rees in haar op. Ze keek naar Frank.... zag zijn vage omtrekken in den stoel.... een sigaret, als eenige felle lichtstip in deze aansluipende donkerte .... Uit het huis, achter het hotel klonk een gramofoon. Een deuntje,

Sluiten