Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot enkele nog nasmeulende, zwarte stompen. Troosteloos was de aanblik van dit land: waar de zware boomen waren omgestort, hadden zij den grond omwoeld, diepe kuilen gemaakt. Deze gehavende bodem was nu met ascn en roet besmeurd. Rookende, smeulende, zwart-aangebrande stronken lagen daar overal verspreid. En tusschen deze verwoesting stond, hoog en rechtop, een enkele reusachtige stam, die te groot was geweest om gekapt te kunnen worden, nu deerniswekkend beroofd van kroon en takken, de bast met zwarte brandplekken. Het vuur kroop als een begeerig monster door zijn ingewand, brandde den verminkten stam van binnen geheel uit; kroop hooger en hooger als een verwoestende ziekte, om eindelijk, een vlammende fontein gelijk, boven uit den top uit te laaien. Het knetterde en knisterde nog overal en soms viel een stapel rooddoorgloeide stobben in elkaar. Dan sproeide een vonkenregen hoog de lucht in, als een bundel vallende sterren zich verspreidend op den lichten wind, die van de bergen aanwoei.... Een helsche hitte sloeg uit dit brandend land, waar nog overal vuurtongen onder onverteerde houtresten doorlekten....

Frank en Marian huiverden even Drukkend legde het

zich over hun gevoel, het aanzien van dit vernietigde, vermoorde land, een chaos, die denken deed aan een geplunderd,

zwart, verkoold, triestig kerkhof Dit land, waar het

laatste sprietje groen was weggevaagd, waarvan het gras en de varens alleen nog een paar zwart-verkoolde blaren, dun en broos als geblakerd papier, omhoog dwarrelden en als roetig stof uiteen vielen....

Héél ver, tegen den achtergrond, waar het terrein zich hief tot een lage heuvelreeks, stond het oerbosch: stug, somber: een verbitterde, zich ten doode toe bedreigd voelende vijand....

In deze verwoesting, aangrijpender van eenzaamheid, van onherbergzaamheid dan welke woestenij ook, omdat zij vernieling was, vernietiging stond op palen gebouwd, het

huis voor Frank en Marian. Midden op een kale, leege plek stond het. Het was nog niet bewoond geweest; de chineesche timmerlui hadden het een week te voren afgemaakt. Rondom het huis, daar waar eenmaal de tuin zou zijn, lagen nog houtkrullen, zaagsel en stukken van planken. De olie, waarmee het heele huis bestreken was en die het een doffe donkerbruine kleur gaf, verspreidde nog een verschen harsachtigen geur...

Rubber 5

Sluiten