Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

consternatie niet eens zoo gauw aan gedacht. Wat moeten we nou doen?...."

„Ik ga in elk geval naar de pondok en ik zal mijn

vrouw naar mevrouw Walendijk zenden...."

Frank nam zijn hoed en liep den weg op naar de pondok. Zijn beenen waren zwaar. Het was de eerste maal, dat hij een assistentenmoord van zoo nabij meemaakte. Hij dacht aan

Annette Wat moest dat nu? Ja, Marian moest er

heen.... Zoo gauw mogeüjk, vóórdat de een of andere

stomme bediende er iets van zei En dan Annette het

huis uit naar hun huis en dan pas Joop vervoeren

laten dat ze hem niet direct zag Misschien was hij

erg verminkt Godl God dat dit nu gebeuren

moest Zoo'n ellendeling van een koehe Zoo'n vervloekte, beroerde kerel 1 Dat Joop nu dood wasl....

Hij kon het zich niet indenken.

Tranen schoten in zijn oogen Met looden schreden

ging hij bet pondokterrein op.

De twee koelie's waren aan het vegen. Wolken stof joegen

ze op. De honden lagen te dutten, nu in den zonneschijn

af en toe ineens opspringend om zich jankend te krabben, als de vlooien het al te bont maakten. In de speelloods hingen in zes slendangs, als hangmatten opgehangen, zes pas geboren zuigelingen. Een oude vrouw paste hen op, schommelde om de beurt elke slendang heen en weer, een sussend geluid met haar tandenloozen mond makend. Af en toe gaf zij hun wat rijst met pisang. Zij deed dit, tot de moeders van het werk

kwamen om de zuigelingen te voeden De kinderen, die

met een paar oude capstan-blikjes en wat touwtjes een spelletje verzonnen hadden, voegden zich samen en hepen achter Frank aan, hun begroeting in koor zingend: „Ta-béh toe-

wanl.... Ta-béh.... toe-wd....n 1"

Ineens keerde zich Frank om, zei barsch: „Diaml Pigihl! "*)

Verschrikt en verbaasd, niet gewend dat Frank hen zoo afsnauwde, bleven de kinderen staan. Verlegen drongen zij te

zaam, hem nakijkend met groote, donkere oogen Dan

keerden zij een voor een terug naar de blikjes en hervatten het spel. '

„Weet je ook, waar de jonge mijnheer is ? wendde Frank zich tot een van de pondok-koelie's. De man nam haastig

*) Zwijgt.... gaat wegl"

Sluiten