Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En samen gingen ze naar binnen.

„Wil je nog thee?...."

Renée's stem klonk mat. John keek op uit zijn krant, reikte haar dan zijn kopje. „Graag."

Even bleef bij naar haar kijken. Wat was ze weer bleek. Brastagih had niet veel goeds gebracht! Ze was zelfs nóg nerveuser thuis gekomen, meende hij.

„Voel je je niet goed, kind?"

Een blos steeg vlug naar baar wangen.

„Ik voel me best," zei ze kort en ongeduldig, „zanik me toch niet eeuwig aan mijn hoofd 1"

Hij smoorde een zucht, vouwde het tweede blad van de

krant open. Renée deed niets Slap lagen haar handen

in haar schoot, als twee vogels, in een storm néérgeslagen...

Ze leunde diep weg in den ruimen rottanstoel.... Haar ronddwalende blikken gleden over den tuin en de rubberboomen daar omheen. Hoe vaak had ze dit alles al gezien 1 Eiken dag wéér! En altijd hetzelfde! Het kleine grasveldje, het perk met cana's in het midden. Een rand van roode lelie's. De lelie's bloeiden zelden.... het was schrale, slechte grond. Dan, rondom den tuin, de rubber.... De

symmetrisch geplante boomen De stokken bij eiken

stam De koppen op eiken stok.... Een weeë, zoetige

rubberlucht hing er altijd....

's Morgens de drie koelie's, die er tapten: eiken dag weer beginnend bij denzelfden boom. Het rissend geluid van het aansnijden. Het ritselen van het dorre blad onder hun bloote voeten.... Dan, door den heeten dag, de ton-tong....:

half tien! Ophalen van de latex! En wéér de drie koelie's

.... wéér beginnend bij denzelfden boom. Het rinkelen van de latexemmers.... De haastige lichte stappen.... Dan,

niets meer.... stilte Tot John thuis kwam....

's Middags.... één keer in de tien dagen.... de wieders.

Wiedsters, meestal Een half uur, een uur, het gekakel

van de koelievrouwen.... die nóg doodscher den tuin achter zich heten, verder trekkend langs hun wiedtaak....

Tegen den avond: de verlaten rubbertuin om je huis.... Een enkele woudduif, die met zijn melancholieke stem in

Sluiten