Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere lotgenooten aan te sluiten, vandaar, dat er velen zijn, die zich stil terugtrekken en als een ziek dier in een donker hoekje maar afwachten... dit is nu wel overdreven, maar wil men tusschen twee kwaden het minst slechte kiezen, dan is werkelijk het alleen-zijn beter dan het samenwonen met andere vrouwen, die in hetzelfde geval verkeeren. Onwillekeurig gaan de gedachten „daarheen", spreekt men altijd „daarover", maakt men zich voorstellingen, doet veronderstellingen, die iedereen even zenuwachtig maken.

Ik wil hier even aanstippen, dat ik tijdens zulke expeditietijden de oude Indische gastvrijheid, die volgens sommigen dood is, nog in leven heb gevonden. Hoeveel huizen en harten er zich dan voor ons, zwervelingen, openen, is dikwijls niet op te noemen — maar het is ook een natuurlijke zaak, dat men bier meer dan ergens anders meeleeft met de afschuwelijkheden, die de guerrilla's meebrengen.

„Er wordt weer gevochten", heet het in 't Moederland en daarmee is meestal de belangstelling afgeloopen, of de hoogste graad daarvan wordt bereikt door het later eens inkijken van de krant „hoe is het afgeloopen" en of „ze weer vrouwen en kinderen hebben doodgeschoten." — Het is begrijpelijk, want ach, het is zoo ver weg en het vermoorden van vrouwen en kinderen is een feit, dat de aandacht trekt, gelukkig nog . . .

Hier weet men beter. Die vrouwen en kinderen zijn gewapende vijanden. Die vrouwen zijn furiën, als zij op den troep invliegen, zij zijn wreedaardiger, onberedeneerder en soms moediger dan de mannen. Wie zal niet toegeven, dat oorlog: „moorden" is, een ten hemel schreeuwende onmenschelijkheid?... Maar men moet consequent blijven

3*

Sluiten