Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de zee en van de wereld, want nu gaat de groote eenzaamheid eerst recht voor ons beginnen!

O! ik ken ze nog uit Borneo die breede, stille rivieren zwijgend zich openend aan zee om u in hun reuzenarmen naar de stilte te voeren; die met een enkel rustig gebaar hun dichte groene oevers op zijde schuiven om u in een ongekende nooit gedroomde wereld te brengen!

Daarheen gaat ons druk, klein stoombootje. Weldra is achter ons de wijde zee met haar flikkerend lichtspel, waar de ,,s'Jacob" als een klein speelgoedbootje dobbert, en vóór ons is de kalmere riviergolving, de wijde monding van de Tjenrana met haar door hoog riet bedekte oevers.

Wij hebben een lange reis voor den boeg. Als het stoombootje zich goed houdt, kunnen we tegen het vallen van den avond te Pampanoewa, de eerste Hollandsche nederzetting zijn — maar eerst zullen we afstappen aan het eenige Hollandsch-Boegineesche huis van Palima, waar de ontvanger woont, die, hoewel hij niet thuis is, ons aan boord al een uitnoodiging heeft gezonden eerst bij hem het middagmaal te gebruiken, om daarna pas „de" reis te beginnen. Hij woont een uur stoomens van zee af. Zijn huis ligt zeer eenzaam op de hooge palen, zooals alle huizen hier—omgeven door het lage kale rietland, waar de groote meeuwen over heen scheren. Voor het eerst zie ik nu een Boegineesch huis van binnen; wel is dit natuurlijk ver-Hollandscht, maar de verdeeling in ruimte, in de bouwtrant is toch nog onaangetast. De trap naar de voordeur is steil, recht naar boven met ongemakkelijk smalle, schuin liggende treden. Als ge binnen zijt, omgeeft u een groote in gedempt licht badende ruimte. Kleine vierkante venstertjes geven uitzicht naar buiten. Ik loop er dadelijk heen.

Sluiten