Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunt ge er zeker van zijn dat het een Hollandsche „Tjita" is, een gebloemd sitsje uit een Twentsche fabriek — en het moge „aardig" staan zoo'n troepje achter elkaar aandribbelende pratende vrouwtjes in rood en rose en blauw, groen en geel te zien, aan het individu alléén staan die kleuren veel minder mooi dan het eenvoudige donkerblauw der vrouwen van Oost-Java, of het gloeiend stille donkerpaars en het diepe donkerrood van de Boegineesche vrouwen.

Onze huisjongen brengt nu de welbekende „stroop". „Stroop" betitelt men hier in Indië, (al voor Hollandsche ooren zeer onsmakelijk klinkend) de limonade-extracten, de „sirop" van kersen, frambozen enz. Ik zeg hem alleen de Datoe en ons te presenteeren en als ik drink, wel wetend dat zij haar hand niet naar het glas uit zal strekken voor ik het gedaan heb, nipt ze even ... nog eens ... nog eens en dan opeens met een gebaar, dat door mij aangezien wordt voor een afkeuring van het haar ingeschonkene, geeft ze haar glas aan Ikambe ... en tot mijn verbazing geeft Ikambe het weer door en al de vrouwtjes drinken ... 't glas komt leeg terug. Mijn man vertelt (evenals Imalo!) dat dit altijd zoo is, vooral als zij het erg lekker vinden, dan krijgen de volgelingen er ook van.

Ik Het dus gauw weer glazen „Stroop" brengen het aan de wijze vrouwtjes over latend den inhoud naar goeddunken te verdeden — een plicht waarvan ze zich geloof ik prachtig kwijten. Ik hoor gesmak van monden, een bijzondere wellevendheid hier en bewijs van goedkeuring, en later als er koekjes komen, geknabbel aan hard gebak.

Al het volk, dat niet zoo om mij heen zit, maar meer naar de trap toe is neergehurkt, doet zich te goed aan het kijken naar de grootheid. Ik zie een rond vuil kindersnoetje

Sluiten