Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We rijn allen in angst. Beppie is ziek!

In den vroegen morgen is zij nog bij mij geweest in den tuin om als gewoonlijk haar bloem te halen. Toen zijn wij naar de hertjes gegaan, geschenken van hoofden, waarvan ik er nu vijf bij elkaar heb «lie op een omheind grasveldje met een grooten boom in het midden, hun vrij boschleven pogen te vergeten. Zij zijn erg tam en komen dadelijk aanrennen als zij mij zien. Beppie heeft ze nog met haar klein handje brood gegeven, ze kneep het eerst vast in haar vuistje en spreidde dan opeens alle vijf vingertjes uit. Het was een pret, en de hertjes duwden hun grijze vochtige neuzen tegen haar armpje. Daarna moest ze naar den stal en heeft ze met de zweep in de hand op 't achterbankje van onze buggy gezeten. Ze gierde het uit, ze was zoo vroolijk, en nu ligt ze daar opeens met hooge koorts.

Er heerscht nu veel koorts hier. De sawahs worden beploegd en omgespit, de grond ligt donker en rul open. Dat is de malariatijd, maar o! waarom moest Beppie nu juist een slachtoffer worden? Wij allen zouden ziek willen zijn voor haar!

„Als Wim maar thuis was, dan zou ik veel geruster rijn!" zegt haar moeder, die nu op haar beurt alleen thuis

Sluiten