Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, want haar man is voor een dag of . zes weg, de bergen in met een patrouille.

Het eenige wat wij kunnen doen is aan den dokter te Pompanoewa telephoneeren. Die telephoon hier is een uitkomst. Een triumf der wetenschap, die ons, al zijn wij hier midden in de bergen, dagreizen van een andere plaats verwijderd, te zamen verbindt, als tenminste geen stoute apen, hier te verstaan échte apen (men mocht eens denken aan Hollandsche straatjongens!) de lijn stuk maken.

Door de telephoon behandelt de dokter nu de kleine Beppie. Hij kan zelf niet komen, omdat hij veel zieken heeft te Pompanoewa. Maar de koorts blijft aanhouden, stijgt weer tegen het middenuur, gaat zelfs 's morgens niet meer naar beneden.

„Als Wim maar thuis was!" zegt telkens de moeder, haar eigen teer blond gezicht gebogen over het nu doorschijnend was-bleeke kinderkopje met de gesloten oogjes.

's Avonds komt mijn man thuis van een toumée-reis en hij vindt het dadelijk goed Beppie's vader te waarschuwen of neen, beter is hem zonder over het ziek zijn te spreken, naar huis te doen keeren. Er wordt een bode gezonden met een briefje, die kan hem binnen een of twee dagen wel vinden.

„Heerlijk, Tine, je man wordt gehaald!" zeg ik als ik nog eens kOm kijken voor den nacht.

„Als hij maar niet erg schrikt, er is toch niet geschreven dat 't kind erg is?"

„Weineen, dat is immers met zoo, maar bovendien alleen het woord „ziek" zou hem ongerust maken. Neen, 't is bijwijze van „dienst" gedaan. Hij zal 't nu wel vreemd vinden, maar komen moet hij."

9

Sluiten