Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hemels een bijeenkomst en besloten daarop de aarde te bevolken. To-palanröme, de schepper, en Datoe Palingé, de schepster (men ziet dat in voorwereldlijke tijden der vrouw dus veel scheppende kracht werd toegedacht 1) zonden hun oudsten zoon genaamd Batara-göere La Togalangi naar de aarde. Hij gleed langs den regenboog naar omlaag, maar ging niet zooals in ons scheppingsverhaal „alleen". Practisch als deze hemelvorsten waren, gaven ze hem niet één vrouw, maar dadelijk vijf prinsessen mede, drie uit den hemel en twee uit de onderwereld. Bovendien sloten zich nog bij het gezelschap aan vier vorsten uit de onderwereld en een vorstin genaamd Sinaoe-todja, welke naam zeggen wil „zij die door het water overschaduwd wordt". Het gedicht van La Caligo, den ouden Boegineeschen heldendichter, die dit vers gemaakt heeft, strekt zich tot in het oneindige uit, want het geslacht uit deze verschillende familietakken ontsproten, wordt er natuurlijk in beschreven, alsmede de geboorte, besnijdenis en trouwfeesten van al die kinderen en kindskinderen.

Toch bestaat er ook één geschiedenis, bijna eensluidend met ons bijbelverhaal, maar dit geschrift is zoo heilig dat Doctor Matthes het indertijd niet mocht lezen, voor hij aan de vorstin, die het in haar bezit had, een haan en een hen, een stuk wit katoen en goud gegeven had. Terwijl het bloed der geslachte kippen tegen het papier werd gestreken waarop hij het heilige verhaal zou overschrijven, werden er voortdurend gebeden gepreveld en zoo kwam het eindelijk in zijn bereik.

In de sagen van later tijd worden overal de ook in onze sprookjes voorkomende prinsen en prinsessen gevonden

Sluiten