Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in ons huis, want straks komt onze vervanger, begeleid door den assistent-resident en twee heeren, een ingenieur en een officier, die toevallig door Soppeng moeten. Mijn man, die sedert een paar dagen weer wat hersteld teruggekeerd is, is de heeren in gezelschap van alle hoofden en rijksgrooten tot de grenzen van zijn gebied tegemoet getrokken. Er zullen wel drukke dagen voor ons aanbreken. Morgen zal de overgave plaats hebben, of eigenlijk de vooretelling van den nieuwen civiel-gezaghebber aan het volk en er moet afscheid genomen worden van den ouden, dan moet ik zorgen dat alles bijtijds is ingepakt, want het prauwenvervoer duurt lang en ons goed moet al vele dagen voor ons vertrek verzonden worden en dan komt het afscheid en de groote reis!

Ik loop weer eens den tuin in, want het wachten duurt zoo lang. Mercurius ziet ook uit met de hand boven de oogen en zegt, dat hij mij wel waarschuwen zal, als zij komen, ik kan gerust zoolang naar binnen gaan en de bewoner uit het satanshuis, die weer terug is van „patrouille," komt mij ook zeggen, dat hij op den uitkijk zal staan.

In mijn kleine zitkamer, waar ik door het venster het dal als een schilderijtje zie liggen, staat kaal en eenzaam alleen nog de schrijftafel. De Rembrandtjes, de etsen, de boeken, alles heb ik al ingepakt — het ziet er akelig leeg uit, het „vaarwel" heeft overal al zijn stempel opgedrukt. Voor 't laatst zit ik hier nog eens in mijn kleine kamer, waar ik de brieven van een zwervelinge schreef, waar om mij heen hing de geruischlooze stilte van de prachtige natuur buiten, waar soms de zon heel het kamertje met een gouden schijn vulde en mijn hart met warmte ver-

Sluiten