Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van gelijke levenshouding en gelijke ontwikkeling, aan wie men zich vast kan houden, en nog zeldzamer iemand die men onmiddellijk geestelijk als zijn meerdere kan erkennen. Het hooger klimmen zou dus alleen kunnen zijn een klimmen uit eigen kracht, zonder hulp van anderen. Ieder die beschikt over eenige zelfkennis, kan wel voorspellen hoe het met zulk een klimmen zal afloopen.

Als er dus zelden of nooit iemand gereed staat waarvan wij geestelijk iets kunnen ontvangen, blijft er maar één kans op geestelijken groei, en dat is: door te geven. Door zijn leven te geven.

Het is een diepe waarheid, voor Indië zoogoed als elders, dat wie moeizaam streeft om zyn leven, zijn geestelijk leven, zijn geloofsleven, zijn wetenschappelijk leven, te behouden, het niettemin zal verhezen. Alleen hij, die zijn leven zal willen geven („om Christus' wil", staat er, om der wille van de liefde) die zal het vinden.

Het is een diepe waarheid, een van die goddelijke waarheden waaraan geen ontkomen mogelijk is. Deze kans, of geen kans. Dienen, uit liefde, of anders ons leven verhezen, het allereerst ons Indische leven, dat door geen steigerwerk wordt overeind gehouden.

Hoe dan dienen, en waar? Dat is niet in een paar woorden te zeggen; Indië is te uitgestrekt en bezit een te groote verscheidenheid van mogelijkheden om concrete aanwijzingen te kunnen geven. Maar voor wie begint met de liefde, liefde voor het land en liefde voor het volk, wordt de weg om te dienen vanzelf duidelijk. Maar het is juist deze liefde, die maar al te dikwijls ontbreekt, meestal ten-

Sluiten