Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV - Over kruiwagens en zeisen

Er was eens — maar het is geen sprookje en ook niet lang, lang geleden — er was eens een Hollander in Indië, die een groot bouwwerk had uit te voeren, waarbij een duizendtal koelies * bezig waren met grondverzetten. Een niime kom moest worden uitgegraven en de aarde diende een eind verder te worden neergestort Uur aan uur, dag aan dag krioelden de duizend menschenmieren in den kuil rond en vulden hun twee kleine mandjes met aarde, haakten ze aan hun pikoelstok en droegen ze over den schouder weg, een voor een, achter elkaar op een uitgeloopen weggetje voortgaande in dat eigenaardige sukkeldrafje dat voor het pikoelen van lasten doelmatig schijnt te zijn. Vlak daarnaast, op een ander uitgeloopen weggetje, kwamen alweer anderen terug met leege mandjes, juist als een leger mieren zich langs de muren van ieder Indisch huis op en neer beweegt op en neer in een lange slingerende streep van hun nest naar de prooi en van de prooi naar het nest

De Hollander kon het niet langer aanzien, die eindelooze reeks van glimmend-bruine zweetende ruggen, en het magere resultaat van de twee kleine mandjes aarde. Hij bestelde kruiwagens uit Europa, een paar honderd kruiwagens zouden hetzelfde werk doen als die duizend mandjes.

De kruiwagens kwamen en werden gedemonstreerd aan de koelies. Na korten tijd kwam de werkgever terug om

1 Ongeschoolde arbeidskrachten (geen dwangarbeiders, zooals vaak wordt gedacht).

Sluiten