Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getupiomeerae verpleegster. De doekoen noemt hen de voorteekenen, die erop wijzen, dat ze hun kind zelf niet mogen voeden op gevaar af dat het ziek wordt of sterft. Het kost dan eenige moeite, deze moeders van zulk bijgeloof af te brengen. Ook op andere punten uit zich het bijgeloof, de vrees voor booze geesten. Zoo kwam er eens een vrouw in de kliniek met een kindje van een dag of tien oud. Zijzelf maakte met den indruk van een kraamvrouw en dus werd er gevraagd of zy misschien niet de eigenlijke moeder was. Toen kwam het volgende verhaal: „Inderdaad ben ik de echte moeder niet Die woont met mij op hetzelfde erf, in een ander huisje. Eens kreeg zij een kind, dat stierf, waarna zij meende dat de geesten haar geen kind wilden gunnen. Op een morgen nu, een dag of tien geleden, kreeg zü weer een kindje, en kwam daarmee dadelijk naar mijn huisje toe. Hier, neem het kind, zeide zü, het is niet van my, het is jouw kind. Myn man was naar zyn werk, ik was alleen thuis, en, natuurlijk, kon ik niet weigeren. Men kan zooiets immers niet weigeren. Maar nu zit ik er mee, ik weet niet wat ik met het kind aan moet vangen."

Op de kliniek werd nu besloten dat het kind, dat vele wondjes vertoonde, in het ziekenhuis zou worden opgenomen; als het dan beter was, moest zy de echte moeder maar weer sturen om het te halen, dan was zy ervan ontheven.

Zoo gebeurde het, en na eenigen tijd kwam de echte moeder het kind terughalen. „Jij bent dus de ware moeder?" vroeg men haar. „Neen," zeide zy, „de moeder is die vrouw die het eerst

Sluiten