Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen niet recht de met ijzer ompantserde genoemd worden; immers loopt daar het gebergte schier overal tot aan de zee voort om daar plotseling, en dikwijls nog van een aanmerkelijke hoogte, bijna loodrecht naar het water af te dalen.

Onder de tallooze rivieren en riviertjes van Java, waarvan velen in den zoogenaamd drogen moesson uitdrogen en zelfs de grootere bij aanhoudende droogte tot den rang van ondiepe beekjes afdalen, zijn er slechts een paar, en wel in het Oosten, die met de grootere stroomen van Europa zijn te vergelijken, namelijk de Solo- en de Kediri-rivier, die beide in de straat van Madoera uitwateren.

En wat nu te zeggen van den weelderigen plantengroei, die Java's bodem bedekt? Zullen wij er ons aan wagen ook maar eenige dier ontelbare boomen en planten te beschrijven? Zullen wij in de hoogere bergstreken van Oostelijk-Java de sombere Tjetnara-vrouden binnendringen, die den Europeaan aan zijne pijnboomen doen denken en zulk een onuitsprekelijk droefgeestig karakter aan de landstreek geven? Of wel de prachtige wouden van het Westen, waar de tropische plantengroei zich in al zijn heerlijkheid ontvouwt? Eindeloos ver strekken zij zich uit, wat licht is te verklaren, als men bedenkt, dat slechts een zesde deel van den grond is bebouwd en het overige voor verreweg het grootste deel door bosschen ingenomen. »Sinds ontelbare jaren zijn zij met eeuwig groen bedekt. Een eeuwige lente heerscht er, gepaard aan eenen voortdurenden herfst; nevens de afvallende bladeren en verdorrende bloemen schieten onmiddellijk nieuwe loten en bloesems te voorschijn, zoodat het beeld van herleven en afsterven zich zonder overgang ons voor oogen stelt." Ontelbaar is het getal der boomen, die hunne kruinen tot eene hoogte van 80 tot 100 voet verheffen, vederpalmen , waaierpalmen in allerlei varieteiten; reusachtige waringins of vijgeboomen breiden hunne takken uit en laten daaruit luchtwortels neer, die soms in een dichte massa den stam om-

*) „drogen moesson" of liever droog jaargetijde, voor Java van April tot October, wanueer de Zuidoost-passaat waait; terwijl in het natte jaargetijde, voor Java van October tot April, de Noordwest-moesson zich doet gelden.

Sluiten