Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tugal. Groot was het geldelijk verlies en grooter nog de ellende der talrijke zeelieden, die na jaren lang lijdens hun ellendig leven eindigden op de galeien of in de kerkers der Inquisitie. Daarom was echter de veerkracht onzer zeevaarders en kooplieden niet gebroken. Integendeel; toen de belemmeringen van hun handel op het Westen toenamen; Engeland in dezelfde richting als Spanje werkte — immers beweerde Engelands koningin Elisabeth, en zeker niet zonder reden, dat de Spaansche Onoverwinnelijke vloot alleen had kunnen uitgerust worden door de hulp der Nederlandsche kooplieden, die tegen de voortbrengselen van het Oosten allerlei scheepsbehoeften aan Spanje leverden — en, door toedoen van Leicester, in 1586 ook de Staten hier te lande een algemeen verbod tegen den handel met den algemeenen vijand uitvaardigden; toen andermaal in 1590 tal van schepen, die ter sluiks den handel voortzetten, in Spanje werden aangehouden, in 1595 niet minder dan vierhonderd schepen werden prijs verklaard, zagen de Nederlanders uit met scherpziend oog naar nieuwe banen en vonden, dank zij hun wassende ondernemingszucht, nieuwe gelegenheden tot afzet hunner koopwaren.

In Zuidelijk Europa heerschte hongersnood. In 1590 stevende een viertal schepen uit Hoorn en het volgend jaar vijftien door de straat van Gibraltar naar de Middellandsche Zee, met koren uit de Oostzee-landen gehaald; en twee jaar later was deze nieuwe handelstak zoozeer in bloei toegenomen, dat er niet minder dan vierhonderd schepen met granen beladen uit deze gewesten naar Italië vertrokken.

De onderwerping der Zuidelijke Nederlanden aan Spanje deed groote kapitalisten en uitstekende handelsvorsten naar Holland en Zeeland uitwijken. Het huis De Moucheron vestigt zich te Veere en zendt zijne schepen benoorden Zweden en Noorwegen naar de Witte Zee om er handel te drijven met het Noorden van Moscovië, en weldra verrijst eene nieuwe stad aan de Dwina, Archangel, als zichtbaar bewijs van der Nederlanders ondernemingsgeest en stoutmoedigheid.

Men meende, door geheele onbekendheid met het Noor-

Sluiten