Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo dan keerde Groesbergen naar Patani terug, waar hij eindelijk ververschingen en eene volle lading vond. Na zeven maanden in die haven vertoefd te hebben, vertrok de vicé-admiraal naar 'Bantam — nauwelijks buitengaats, moest hij het schip Haarlem, dat geheel lek en onbruikbaar was geworden, doen verlaten en verbranden — van waar hij met het overgebleven schip Leiden op 27 Januari 1604 de terugreis naar het

vaderland aannam.

Denzelfden dag, den 28sten Juni 1600, waarop Jacob van Neck, met zijne zes schepen de ree van Texel verliet, gingen nog twee andere schepen naar Oost-Indië onder zeil voor rekening van de Nieuwe-Brabantsche Compagnie, nl. de >Witten" en de »Zwarten Arend". Maar evenmin als met haar eerste expeditie onder Both en Van Caerden, was zij met haar tweede fortuinlijk. Verkeerde keus van personen, tweespalt, verwarring 1 gebrek, groot verlies van menschen kenmerkten den tocht. Na een reis van dertien maanden werd Priaman op de Westkust. van Sumatra bereikt, zonder dat de admiraal Seneschal wist, waar hij eigenlijk was aangeland. Hier bevonden zich evenwel een groot aantal Atjehers, die, bekend met hetgeen Van Caerden in de haven van Atjeh uitgehaald had, van de gelegenheid gebruik maakten om weerwraak te oefenen. Nauwelijks was Seneschal met 19 anderen en een voldoende hoeveelheid koopwaren aan land gekomen, of allen werden gevangen genomen, zelfs schoten vijf schepelingen, die zich te weer stelden er het leven bij in, terwijl op de goederen beslag werd gelegd. De gevangenen werden weldra naar Atjeh overgebracht, waar zij tegen verwachting eene vrij goede behandeling genoten — de Sultan was den Nederlanders toen reeds veel minder vijandig gezind dan kort te voren, terwijl daarentegen de invloed der Portugeezen tanende was — en zelfs

gevangen werd gebonden. Niet dan met veel moeite en voor een losprijs van twee stukken geschut werd de vice-admiraal weer vrijgekocht. Toch dorsten de koopman Jeronimns Wonderaer en de onder-koopman Albert Comelisz. Ruyll het waagstuk onderstaan zich op sloepeu of jonken hooger op langs de kust te begeven om te beproeven of zij aldaar handelsbetrekkingen konden aanknoopen.

Sluiten