Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

250 soldaten en matrozen naar Lontoor over, waar hem de Orang-kaja's :) van de verschillende eilanden afwachtten. Oogenschijnlijk werd hij vriendelijk ontvangen en nadat de soldaten in slagorde geschaard waren, plaatste men zich naar landsgebruik in een kring. Op een zilveren schaal werd aan de Bandaneezen de in de Portugeesche taal geschreven open lastbrief van prins Maurits en de Bewindhebbers der O. I. Compagnie overgereikt, uit welken brief zij, nadat deze in het Maleisch was vertaald, verstonden, dat het hoofddoel der onderhandelingen was het aanleggen van een fort op het eiland Neira s).

»Naer hare redenen scheen haer sulcx gants niet te behaghen", maar het aanzoek finaal afslaan durfden zij niet. De Orang-kaja's vroegen drie dagen uitstel om te beraadslagen. Tijd gewonnen veel gewonnen, dachten zij. Inmiddels wapenden zij zich en legden hier en daar versterkingen aan, die echter niet veel beteekenden. In hun verlegenheid vroegen zij zelfs den Engelschen kapitein Keeling om raad. Deze stelde hun natuurlijk voor Neira onder bescherming van den koning van' Engeland te stellen; maar ook hiervan wilden zij niets weten.

Toen de tijd van uitstel verloopen was, vroegen zij verlenging. Verhoeff weigerde. En nu werd »naer eenige disputen" met enkelen der voornaamste Orang-kaja's een overeenkomst getroffen, waarbij deze hunne toestemming tot het stichten van een fort gaven. Aanstonds werden op een daartoe geschikt geoordeelde plaats de fondamenten gelegd — Verhoeff was met 700 gewapenden op Neira geland om het werk te volvoeren — maar toen men bespeurde, dat de grond aldaar minder geschikt was voor het bouwen van eene sterkte, werd de voorkeur gegeven aan een oud fort der Portugeezen, »te meer alsoo daer aireede een muer om lach, ook de grondt goedt ende vast was".

') De hoofden der negorijvolken (op de Ambonsche eilanden), die onder nader toezicht van de betrokken afdeelingshoofden door de bevolking zelve verkozen worden, heeten gewoonlijk Radja of Orang-kaja, waarvan de eerste titel hooger is en recht geeft op een commando-staf met gouden knop, terwijl de Orang-knja zich met een zilveren knop moet tevreden stellen. Men vindt in de Molukken buiten het gebied des sultans, daar waar het Nederlandsche gouvernement het gizag uitoefent, deze titels en distinctie overal. Pijnappel. Geographie van Nederl. Indië.

Van der Chijs. De vestiging enz., hl. 40.

Sluiten