Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij goedvonden, en dientengevolge eigenlijk geen contract was."

Uit de laatste woorden blijkt, dunkt ons, ten klaarste, dat werkelijk mr. V. d. Chijs een weinig te hard van stapel loopt, waar hij kans ziet de schaduwzijde aan onzen kant donkerder te tinten; immers, aangenomen dat de Nederlanders in dat contract konden opnemen, wat zij goed vonden — hebben zij het daarom gedaan?

Bij genoemd contract of tractaat werd het eiland BandaNeira beschouwd als door »de wapenen geconquesteerd te zijn, en dat door oorsaecke van den moort aen den Admiraal Verhoeff, zaliger, gepleegd, en dat tselve eyland ten dienste van de Ed. Mog. HH. Staten-Generaal, Syne Princel. Excellentie en de HH. bewindhebberen der Gener. Ver. O. I. Comp. eeuwich en erfelyk zal worden behouden".

De overige bepalingen van het accoord, zegt mr. De Jonge 2) — en wij halen deze woorden met opzet aan, noodig ter ontlasting van mr. V. d. Chijs — »de overige bepalingen droegen allen het kenmerk van te zijn vastgesteld, tusschen overwinnaars en een overwonnen (?) bevolking". Aan niemand dan aan de Nederlanders mochten specerijen verkocht worden; alle schepen, jonken of prauwen moesten ankeren onder het geschut van het fort Nassau; daarentegen zouden de Nederlanders bescherming verleeijen aan de Bandaneezen, die overal vrij handel mochten drijven, mits de handelswaren niet uit specerijen bestonden.

»Niet alleen om eten, maar ook om geld tot het koopen van eten verlegen, begonnen reeds den i4den Augustus de Bandaneezen hunne noten en foelie aan de Nederlanders te leveren en g'ng alles den ouden gang, alsof er niets gebeurd was".

De vice-admiraal Hoen, die zijn taak op Banda volbracht had, vertrok nu met drie schepen naar Ambon, nadat, in de plaats van den aan zijne verwonding voor Selamon overleden Jacob de Bitter, Hendrik van Bergel, die lang op Banda ge-

*) Van der Chijs. BI. 52.

2) Zie De opkomst enz. Deel III, bl. 101.

Sluiten