Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren by Sr. Justus Piscatore van Oudenaerden, van my welbekendt. Ick verhope U Ed. van desen zeer wel gedient zult wesen." Dat er moed toe behoorde om Coen deze betrekking op te dragen, blijkt wel het best uit hetgeen Both daarop laat volgen: »Ik hebbe desen Coen voors. toegeleyt voor de sware lasten en omis, die hy op zyn hals sal hebben, hondert en vyftich guldens ter maent."

Van dezelfde hooge waardeering getuigt een brief van den opvolger van Reynst, dr. Laurens Reael, die hem in een brief van den 223ten September 1616 een persoon noemt »van grooten oordeel, neerstich en cloekmoedig, die ter plaatse leydt daer de standt van geheel Indië hem te huys komt".

Intusschen verzuimde Both niet gevolg te geven aan de uitnoodiging van den vorst van Mataram tot het aanknoopen van nauwere betrekkingen met de Nederlanders. Den 9den April 1614 zond hij daartoe een gezantschap, met den commandeur Gaspar von Zurck aan het hoofd, naar Japara, om van die plaats naaf den Panembahan te reizen. De zending van Von Zurck beantwoordde volkomen aan het doel. De Panembahan, een krachtig jong man van ongeveer 23 jaren, ontving dit eerste gezantschap der Nederlanders met vele eerbewijzen. Hij gaf Von Zurck de verzekering, dat hij gaarne in verbond met den Prins van Holland wilde treden; »doch hij was een Prins en soldaat, geen koopman, zooals andere Koningen en Prinsen van Java", voegde hij er hooghartig aan toe. »Hij liet iedereen vrij en ongehinderd in zijn land wonen, zonder dat men tollen hoefde te betalen; de Hollanders mochten zelfs te Japara voor zich een klein kasteel of steenen huis bouwen, opdat zij zich zouden kunnen verdedigen tegen hunne vijanden. »Ik wete wel", zeide hij eindelijk, «dat gijl. niet komt om het land van Java te veroveren; Grissée en Jortan hebbe ik gewonnen, ik ga nu Soerabaija veroveren, en ik zal, zoo de Generaal het begeert, hem Jortan schenken. Tegen die van Bantam heb ik geen oorlog , maer doen zij u overlast, doet daerover wrake, 40 goraps of galyen wil ik U tot assistentie geven."

Over en weer werden betuigingen van vriendschap en ge-

Sluiten