Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2I sten Maart met 9 schepen door het ruime Ooster-Gat naar Poeloe Ai.

Niet vóór den 2 3sten Maart bereikte 't Lam de Engelschen, die reeds gedurende twee etmalen bij Poeloe Ai gelegen en den van Bantam medegebrachten Banda'schen afgezant aan wal gezet hadden.

Eerst dreigde het tot eene hevige botsing tusschen beide concurrenten te zullen komen, maar de Engelsche bevelhebber Samuel Castleton, inziende, dat hij tegen de Hollandsche overmacht niet op kon, besloot liever in der minne te scheiden en naar den eisch van onzen admiraal van Poeloe Ai te vertrekken. 't Lam, die voor eene landing op Ai nog niet gereed was, keerde naar de reede van Neira terug.

De verdrijving der Engelschen was voor de eilanders een zware slag, immers met hen ontviel hun alle steun.

Onmiddellijk na zijne terugkomst op Neira liet 't Lam verder alles voor den tocht in gereedheid brengen en ondernam dien den 6den April met ± 800 strijdbare mannen aan boord van zes schepen, een sloep en twee fregatten.

Intusschen hadden de bewoners van Poeloe Ai niet stil gezeten, maar alles tot een krachtdadige verdediging voorbereid. Zoo hadden zij twee bentengs in behoorlijken staat van tegenweer gebracht.

Zonder eenigen tegenstand te ondervinden landde 't Lam met zijn geheele macht, en rukte met al zijne troepen naar de laagste benteng op. Zelfs nu werd echter tegenstand niet of nauwelijks geboden. De kanonskogels uit de beide in batterij gestelde halve kartouwen hadden schrik en ontzetting in de harten der verdedigers gebracht. Toen het den io1®11 April tot een stormloopen zou komen, bleek de benteng verlaten. »De verdedigers waren met vrouwen en kinderen en wat ze verder hadden kunnen meeslepen, des nachts naar prauwen en ander vaartuig gevlucht, waarmede zij de eilanden Lontoor en Roen trachtten te bereiken. Maar meer dan 400 hunner verdronken, doordien hunne vaartuigen overladen waren en een hevige wind zich

Sluiten