Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het einde des jaars 1620 was de nieuwe Nederlandsche staat op Java door de rustelooze werkzaamheid van het Inlandsche bestuur in zooverre aan de regelmatige werking van wetten, verordeningen en rechtspraak onderworpen en het gezag aldaar reeds zoodanig gevestigd, dat de Gouverneur-Generaal Coen nu ook met meer vrijheid zijne zorgen kon wijden aan de belangen der Compagnie in den Archipel der Specerijen.

»Oorlog, twist, weerspannigheid en opstand hadden reeds te lang in dat gedeelte van Indië geheerscht, waaraan, indien men het voor Nederland wilde behouden, thans meer dan ooit een einde moest komen, opdat het wankelend gezag der Compagnie voor goed en altijd daar mocht worden gevestigd, vóór dat de Engelschen, gebruik makende van de gunstige bepalingen van het tractaat van 1619, zich in die gewesten nestelden of zich tusschen het Nederlandsche gezag en de inlanders inschoven. En Coen wilde in persoon de leiding dezer groote onderneming op zich nemen. Er moest een eind aan de zaak gemaakt worden en wat Coen daaronder verstond?

Den 24«teu October 1620 schreef hij aan de HH. Zeventienen . »Ter contemplatie van ons accoord met de Engelschen, zullen de Bandaneezen misschien wel vrede maken, de Xernatanen, die van Loehoe, Kambelo en consorten hun dessein wel verbergen, maar onder de hand trouw noch geloove houden. Om hierin naar behoor en te voorzien is het noodig, dat Banda £ eenemaal vermeesterd en met ander volk gepeupleerd worde. Item dat men daarna in Ambon en de Molukken doe 'tgeen wij alsnog wel zwijgen mogen."

In den »Raad van defensie", die, zooals wij weten, uit Hollanders en Engelschen bestond, deelde Coen in zeer vage bewoordingen zijn voornemen mede om »den algemeenen staat van de Molukken, Ambon en Banda te verzekeren", en vroeg hij aan de Engelschen, »off gesint waeren nefifens ons met goede macht mede nae dese quartieren te gaen omme met den anderen dese voorgenomen tocht tot welstandt van beyde Compagnien sien te verrichten ; maar deze verontschuldigden zich omdat het hun aan schepen en volk ontbrak.

Sluiten