Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

devotie d' uytcompste van (het verdere verloop van) desen aen-

slach soude verwachten".

In den namiddag had Sonck met zijne soldaten alle uitgangen van de negory Selamon bezet; daarop gelastte hij den nog achtergebleven Orang-kaja's aan boord te gaan om met Coen en diens raadslieden te spreken; hij liet hen ontwapenen en onder gewapend geleide naar de schepen Dragon en Zierickzee brengen. De overige ingezetenen liet hij met op den rag gebonden handen naar de moskee geleiden. Hier werden zij vooral door officieren beroofd van al wat zij van waarde bij zich hadden. De in de moskee gevangen Selammers zagen toe, hoe de Nederlanders, meerderen en minderen, aan het rooven en plunderen sloegen en eindelijk hunne woningen in vlammen deden opgaan.

Hier en daar werd »'s anderdaechs nog een Bandanees, man of vrouw gepakt en bij de overige gevangenen gevoegd, waarna zij gezamenlijk ten getale van 1322 personen, zoo jong als oud, naar boord werden gevoerd.

Wederom was eene van Banda s welvarendste negorijen

vernietigd.

Den volgenden dag ging Sonck naar de negory Waier, wier bewoners op het bericht, dat »de Hollanders op Salamne al vinghen ende doot sloeghen", eveneens naar het gebergte waren gevlucht, vond aldaar slechts een oud, ziekelijk man, liet toe dat men den weerlooze het hoofd afsloeg, welk hoofd op een paal aan het strand werd gezet, en deed der negory daarna hetzelfde lot als dat van Selamon ondergaan. De huizen werden verbrand en »alles gedestrueerd .

Daarna was de beurt aan het eveneens verlaten Dender. Ook de bewoners van Rosengein hadden hun eiland verlaten en waren gevlucht naar hunne stamgenooten, die op de Lontoorsche bergen een laatste toevlucht tegen het geweld der

Hollanders hadden gezocht.

Groot-Banda, zoowel het Oostelijk als het Westelijk deel was nu ontvolkt, verwoest en in de macht der Nederlanders. >Restte alleen nog de hoogste top van het gebergte, waar de

Sluiten