Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de schuld der Engelschen overtuigd waren, houd ik voor zeker, maar wie kan zeggen in welke mate de wensch om die schuld te zien op hunne overtuiging invloed heeft geoefend?

»Wat de onmiddellijke terechtstelling op Ambon betreft, wij zagen dat Coen die goedkeurde, en ook Bewindhebbers »konden niet anders bevinden" uit de stukken, die hun waren overgezonden, of Van Speult en zijn Raad waren naar behooren te werk gegaan. Maar de vermaning, die zij er bijvoegden, om »in 't straffen meer te inclineeren tot clementie dan tot rigeur" kwam nu wel wat laat."

De gevolgen van de terechtstelling op Ambon bleven niet uit. Toen in het begin van den zomer van 1624 de tijding er van in Europa was aangekomen, ging door geheel Engeland een kreet van woede en verontwaardiging op. Een ieder riep om wraak. De Nederlanders in Londen waren hun leven niet zeker, als zij zich niet in hunne woningen schuil hielden. Towerson en de zijnen, beweerde men, waren opzettelijk om het leven gebracht, om de Engelschen uit de Molukken te verdrijven-, zij waren de slachtoffers van Hollandsche wreedheid en gelddorst. De Engelschen eischten voldoening; niet alleen vergoeding voor de familiën der veroordeelden, maar zelfs terechtstelling van de rechters, die over de zaak gezeten hadden; en toen men van onze zijde niet geneigd was aan die eischen te voldoen, gaf de koning van Engeland brieven van represaille uit tegen de schepen van de Nederlandsche Oost-Indische Compagnie. De dood van koning Jacobus (6 April 1625) en de wijziging, welke de staatkunde van Engeland sedert onderging, bracht meer toenadering tot Nederland te weeg. Gedurende de binnenlandsche onlusten in Engeland bleef de zaak rusten, totdat Cromwell haar tegelijk met de quaestie van Poeloe Roen — over welks bezit tusschen beide partijen tot in het oneindige gehaspeld werd — weer opvatte en als voorwendsel gebruikte tot den oorlog in 1653, waarvan het gevolg was dat in 1654, bij den vrede te Westminster, hiervoor eene schadevergoeding werd bepaald van ƒ43000. »In 1667, bij den vrede van Breda, kwam aan alles gelukkig een einde."

Sluiten