Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij met hunne hoofden onderhandelingen aan, wat natuurlijk aan de Javanen den indruk gaf, dat de Compagnie de quasivriend van den Soesoehoenan was, wat hun lust om voor den gehaten despoot te strijden niet aanwakkerde, integendeel naar der Javanen aard tot nul terugbracht.

Een groot leger door den Soesoehoenan uitgerust, begaf zich, in overleg met kapitein Holstein, op weg naar Domong. Ook de Javaansche vlootvoogd Wiero 1 rono begaf zich met een honderdtal prauwen derwaarts. Eerst werd de zeemacht der Javanen verslagen, waarbij hun vlootvoogd in heldhaftigen strijd het leven liet, daarna het landleger door de Makassaren, zonder dat één soldaat der Compagnie daarbij een hand uitstak. Bij den aanval der Javanen op Domong deden de Makassaren zulk een verwoeden uitval, dat hunne bestormers als kaf voor den wind uiteen vloden. Een tweede Javaansche vloot, die ter hulpe kwam opdagen, werd op de rivier van Probolingo, bijna onder de oogen van Holstein, door de vijandelijke scheepsmacht, die hij zonder haar aan te tasten in zijn rug had gelaten, voor het grootste deel vernield; en terwijl Holstein nogmaals den weg tot onderhandeling met de Makassaren poogde in te slaan, wist Kraèng Glisson met 80 vaartuigen naar Madoera te ontsnappen, waar hij zijne macht met die van Troeno Djojo vereenigde.

Inmiddels was te Batavia opnieuw een corps van 300 man uitgerust, wier aanvoerder, de majoor Poleman, in Augustus 1676 voor Domong het opperbevel van kapitein Holstein overnam. En nu namen de zaken aanstonds een gunstiger keer. Door list maakte hij zich van een vast punt aan den wal meester, en binnen weinige dagen veroverde hij de versterkingen te Domong, zette den vijand van Besoeki tot aan zijn uiterste werken te Mlandingan achterna, vernielde meer dan 1000 zijner vaartuigen en noodzaakte hem een toevlucht in het gebergte van het binnenland te zoeken.

Poleman had hen vooreerst ter zee onschadelijk gemaakt-, de Soesoehoenan mocht hen nu verder te land doen vervolgen. . Hiermede was naar zijn inzien en ook naar het oordeel der

Sluiten