Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opeisching harer vijanden. Van openlijk weerstand bieden kon bij den Oosterling geen sprake zijn en van werkelijke onderwerping bij den feilen haat tegen de Kafirs en het vertrouwen op de weerbaarheid van Soerapati met zijn talrijken aanhang, die als lijfwacht van den Soesoehoenan nabij den kraton gelegerd was, evenmin. Sluwheid moest hier te hulp komen en kwam te hulp, helaas voor de onzen met gunstigen uitslag! Vóórdat 's Compagnies Commissaris nog een woord gesproken had, bood de rijksbestuurder aan, Soerapati met zijn aanhang levend of dood te doen vangen, onder één voorwaarde, men moest het werk aan hem alleen overlaten.

In plaats van door dit onverwachte aanbod tot argwaan gestemd te worden, nam Tak in te hoog gestemd zelfvertrouwen zijn voorstel aan. Hij gelastte kapitein Leeman uitdrukkelijk de Javanen in deze de vrije hand te laten.

De rijksbestuurder maakte van die vrijheid een zoodanig gebruik, dat al de volgelingen van Soerapati binnen weinige dagen in de hofplaats vereenigd waren, met het wel overlegde plan om de Hollanders tot den laatsten man toe te dooden en daarmee de macht der Compagnie den doodsteek toe te brengen. Overmoed en onbedachtzaamheid maakten hem echter kortzichtig.

Op den 83teu Februari was Kartasoera in rep en roer. Tak zou op dien dag aldaar aankomen. Een krijgsmacht van 10,000 Javanen en Madoereezen was door den rijksbestuurder te Kartasoera bijeengetrokken, om de Baliërs en Makassaren, aan wie nog steeds een der wachten van den Kraton was toevertrouwd, te omsingelen en te overmeesteren.

De schijnbeweging was, dat juist op het oogenblik dat Tak zijn intrede in de hofstad deed, deze geheele macht hem vluchtend tegemoet kwam, voorgevende dat zij door Soerapati verslagen was.

Tak begreep nu dat er verraad in het spel was. Hij liet den Soesoehoenan aanzeggen: »dat hij met de Compagnie niet behoefde te spotten, maar aanstonds het hoofd en den aanhang van Soerapati had uit te leveren, of dat hij, Tak, het op de

Sluiten