Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren opgenomen. Die gelden waren door de verschillende Kamers geleend, om afbetaald te worden na aankomst en verkoop der ladingen uit Indië. De ruimte van geld reeds in die dagen in ons vaderland was oorzaak, dat men tot plaatsing daarvan van die gelegenheid zeer gretig gebruik maakte en zelfs niet gaarne de aangeboden aflossing aannam. Zoo gingen die penningen weldra in biljetten over, die geruimen tijd in omloop bleven, daar het vertrouwen op de Compagnie zoo groot was, dat men bij haar zijn geld het veiligst geplaatst rekende.

De gemakkelijkheid, om zich op die wijze bij elke behoefte geld te verschaften, — en die behoefte deed zich telkens weer gevoelen, daar Bewindhebbers door groote uitdeelingen het crediet der Compagnie wilden verhoogen — die gemakkelijkheid was Bewindhebbers een al te groote verleiding, dan dat zij niet telkens weer van dat middel een ruim gebruik maakten.

Maar het einde van dien weg was te voorzien. Langzaam maar zeker, en in steeds sneller vaart, ging de Compagnie daardoor haar val tegemoet. »Alleenlijk de betrekkelijke rust in Nederland en in Indië, de daardoor voortdurende overvloed van geld en voorspoed in den handel hebben haar zoolang staande gehouden. Reeds in 1689 bedroeg de schuldenlast elf millioen gulden, dus bijna het dubbele van het inlegkapitaal; toch bleef de Compagnie een naar het uitwendige zeer bloeiend lichaam, dat evenwel inwendig reeds aanmerkelijk in verval was."

Sluiten