Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rabaja en Pasoeroean in staat van tegenweer te stellen, maar daar het haar aan de noodige middelen ontbrak en waarschijnlijk ook aan den lust om andermaal den strijd aan te binden vergenoegde zij zich met den Soesoehoenan ernstig aan te sporen .spoedig het vuur in den Oosthoek te blusschen", hem tevens voorhoudende, ,dat d'Ed. Comp. niet altyt gelegen komen kon de spits voor hem af te bijten".

Pakoe Boewana was dus aan zich zelf overgelaten. Met afwisselend geluk streden zijne troepen onder bevel van zijn rijksbestuurder tegen de opstandelingen, totdat het hun op het eind van 1714 gelukte hen geheel naar Balemboang terug te dringen Dit succes verhinderde echter niet of was misschien juist oorzaak dat de regenten van Soerabaja en Lamongan, tegelijk met den regent van Sampang op Madoera, in samenspanning met Soerapatis zonen, weigerden aan hunne verplichting tot de jaarhjksche hofreis naar Kartasoera te voldoen. Door de Hooge Regeering tot gehoorzaamheid aan den Soesoehoenan vermaand gaven Djajeng Rana's broeders een antwoord, dat haar,'de medeplichtige van den op Djajeng Rana gepleegden moord, als een snerpend verwijt in de ooren moest klinken. »Wij voeden eene ^ te overmatige vrees voor kwalijke behandeling en massacre om te Kartasoera te verschijnen. Zij kon dan ook voor zich zelve niet ontkennen, dat het geenszins te verwonderen was, indien de regenten hun vertrouwen in de Compagnie en

haar werktuig, den tegenwoordigen Soesoehoenan, verloren hadden.

Hoewel ten volle overtuigd, dat zoowel de letter der tractaten als haar eigen belang, gebiedend eischten Pakoe Boewana met de wapenen te hulp te komen, was de Hooge Regeering »door presente schaersheid van militie" wel gedwongen, door telkens herhaalde onderhandelingen met de Soerabaja'sche en Madoereesche regenten, ten einde hen met den Soesoehoenan te verzoenen, — onderhandelingen, die telkens faalden — , de saek nog al verder te dilayeren".

Intusschen werd de toestand voortdurend erger. Met elk jaar werd de spanning grooter en nam het getal der ontevrede-

26

Sluiten