Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorlog en verwoesting ten gevolge had, en al het goede door hem tot stand gebracht voor het oogenblik vernietigde.

Onder de ontevreden prinsen *) was Mas Saïd, een neef des Soesoehoenans, de strijdvaardigste. Hij wordt ons geschilderd als een man van zeer krijgshaftigen en ondernemenden aard. En niet zonder oorzaak. Reeds tijdens den Chineeschen oorlog was hij tegen zijn oom te velde getrokken en het was hem gelukt, nevens andere landschappen, zich van »het uitgestrekte en schoone district Soekowati, dat thans nog de Oostelijke helft van het Soerakarta'sche rijk beslaat", onder zijne macht te brengen.

Een ander weinig minder geducht vijand van den Soesoehoenan was, zooals wij weten, diens jongere broeder MangkoeBoemi, die ook al tijdens de Chineesche onlusten buiten het hof omgezworven had, maar op voorspraak van de Compagnie door den Soesoehoenan weder in genade was aangenomen. Door zijn broeder met de herovering van Soekowati op Mas Saïd belast, was Mangkoe-Boemi na met goeden uitslag de hem opgelegde taak volbracht te hebben, overeenkomstig de door hem gestelde voorwaarden met het bestuur over dat gewest belast. Door intriges van den Rijksbestuurder, die met goed gevolg gebruik maakte van de wispelturigheid en den niet gedoofden wrok zijns meesters, had deze de beleening ingetrokken. »Naar het scheen was het den rijksbestuurder gelukt, door een onjuiste voorstelling van zaken, ook 's Compagnies resident te Soerakarta voor zich te winnen, zoodat Van Imhofï, niet voldoende ingelicht, omtrent de wispelturigheid des Soesoehoenans en de daaruit ontstane verwarring, meende, dat het onrecht aan de zijde van den Prins was." Zonder te bedenken, dat zulks den Prins diep moest grieven, verweet Van Imhofï hem ten aanhoore van alle aanwezigen, dat hij meer land en volk onder zich hield dan hem toekwam , hem vermanende om die terug te geven. De beleedigde prins, »hoewel hij voor het oogenblik zijn wrevel met zooveel zelfbedwang verkropte,

!) Zie boven BI. 432.

Sluiten