Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de pradjoerits of inlandsche militie en wapende zelfs de slaven. Zijn voorzorgen bleken weldra niet ijdel geweest te zijn.

In Augustus van het jaar 1800 verscheen ter reede van Batavia een Engelsch eskader van vier schepen onder Kapitein Ball en bracht aldaar de grootste ontsteltenis te weeg. Deze maakte zich van eenige eilandjes meester, waaronder het eiland Onrust, en maakte op last van den Vice-Admiraal Rainier, Opperbevelhebber der Engelsche zeemacht in de Indische wateren, bekend, dat al de havens van Java in staat van blokkade waren; dat alle in- en uitloopende schepen met de bemanning zouden genomen worden; en dat hij , als niet gemachtigd tot onderhandelingen, alle voorstellen dienaangaande aan zijn Opperbevelhebber moest zenden.

In allerijl nam de Indische Regeering maatregelen van voorzorg , om de landing der Engelschen te bemoeielijken. Hare bezorgdheid bleek echter te groot te zijn geweest. De Engelschen deden wel hier en daar landingen aan de kust om zich van gevogelte, versch vleesch en groenten te voorzien, maar toen het blokkade-eskader niet versterkt werd, daarentegen groote sterfte het getal der matrozen op onrustbarende wijs deed slinken, werd Ball gedwongen de blokkade op te heffen. Hij verliet dan ook de reede van Batavia, maar meende niet te mogen gaan zonder alle gebouwen en pakhuizen op het eiland Onrust en op andere eilandjes, de batterijen, de molens en werven, ja zelfs de fraaie kerk vernield te hebben.

Hiermede was het dreigend gevaar afgewend. Vrij wat stoffelijke schade was geleden, maar, zegt Fortanier *) terecht, het zedelijk voordeel was duidelijk zichtbaar. De inlandsche vorsten waren ons trouw gebleven en hadden zich door de verschijning der Engelschen niet tot opstand laten verleiden, niettegenstaande verscheidenen onder hen daarbij als schuldenaars der Compagnie groot voordeel zouden gehad hebben. Het vertrouwen op de Inlandsche soldaten was versterkt; en de

*) Geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling der Nederlandsche Koloniën. — Amsterdam — G. L. Funke, bl 66.

Sluiten