Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Men kan het", zegt Prof. Veth, »vergelijken bij een hevig onweder, verwoestend in zijne onmiddellijke gevolgen, maar heilzaam in zijne uitwerkselen. Het is niet vreemd, dat de onverzettelijke wil, de despotieke handelingen van den Maarschalk de tijdgenooten met wrevel en schrik vervulden; maar het nageslacht heeft erkend, dat in den toenmaligen toestand van Java eene krachtige hand als de zijne een weldaad was, onder voorwaarde, dat zij niet mistastte, en dat hij dit laatste slechts zelden heeft gedaan."

Ongetwijfeld is hij een der krachtigste Bewindhebbers geweest , die ooit over Java geregeerd hebben; een algeheele hervorming in de meeste takken van bestuur heeft hij tot stand gebracht-, maar bijna geen hervormer is tegelijkertijd meer verguisd dan Daendels. En toch, zijne volmacht luidde letterlijk. »dat bij zijne maatregelen en daden de middelen zouden gerechtvaardigd worden door het doel, zonder dat deze aan oude begrippen of aan beginselen door zijne voorgangers gevolgd, getoetst mochten worden." In zijn Gedenkschrift, »Staat der Nederl. Oost-Indische bezittingen onder het bestuur van den Goeverneur-Generaal H. W. Daendels, 1808 1811 , door hem in 1814 in het licht gegeven, zegt hij, »dat het hem veel malen noodzakelijk is geweest, zich boven alle vormen te verheffen; dat hij geen andere wet mocht kennen dan die van het behoud der hem toevertrouwde bezittingen; en dat men de beoordeeling zijner verrichtingen nimmer behoort af te scheiden van de buitengewone en noodlottige omstandigheden, waarin hij zich voortdurend bevonden heeft."

Daendels aanvaardde het bewind over Oost-Indië onder de ongunstigste omstandigheden. Wel bestond het nog uit Java, Makasser, Bandjermasin op Borneo, Amboina, Banda, Palembang op Sumatra en eenige kleine eilanden in den Archipel; maar het Nederlandsch gezag had, ook door de zwakheid van Wieses bestuur een gevoeligen knak gekregen. > Zonder zeemacht, met een leger dat aan de krijgstucht ontwend, verslapt en onbruikbaar was, tegenover ambtenaren, die allerlei knevelarijen pleegden en zich door de schandelijkste middelen zoch-

Sluiten