Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerscht, dat wil zeggen: de kerk, zoowel de Gereformeerde als de Roomsche, was geheel afhankelijk van de Regeering in de benoeming harer bedienaren. In een reglement, vastgesteld den i iden December 1835, waren voor het Roomsch Katholieke kerkgenootschap het getal geestelijken, hunne klassificatie en hunne inkomsten bepaald; zij werden door den Koning benoemd en hunne standplaatsen aangewezen door het Bestuur in Indië.

Aan het hoofd van de Roomsch Katholieke kerk in Indië stond een Apostolisch Vicaris met den titel van Bisschop i. p. i. :) Bij eene vacature werd de straks genoemde pastoor Grooff van Paramaribo naar Nederland ontboden, en, na den titel van Bisschop Canea i. p. i. te hebben verkregen, door den Koning benoemd tot pastoor te Batavia, tevens Apostolisch Vicaris.

> Het schijnt", schrijft Meinsma, »dat Grooff bij zijne aankomst aldaar op de in funktie zijnde geestelijken veel had aan te merken, waarom hij ze wenschte te vervangen door andere, die met hem uit Nederland waren aangekomen, doch niet door den Koning tot geestelijken in Nederlandsch Indië waren benoemd. Even vóór de komst van Rochussen verzocht hij nu de Indische Regeering, twee hunner aan te stellen tot kapelaan. Toen de Regeering dit ten stelligste op genoemden grond weigerde, ging Grooff, in plaats van den wettigen weg te volgen, er eensklaps toe over drie pastoors op de hoofdplaatsen van Java uit hunne funktiën te ontslaan en die aan anderen op te dragen (10 September 1845), en den i2deu gaf hij daarvan kennis aan de Regeering."

Toen Rochussen aankwam, was de quaestie dus hangende. Herhaaldelijk drong deze er bij Grooff op aan, dat hij zijn besluit zou intrekken en eerst de benoeming aan den Koning te verzoeken. Maar Grooff weigerde hardnekkig — waarschijnlijk rekenende op de in het vaderland toenemende macht der Roomsche Kerk, of beter op de bij de Regeering toenemende vrees voor Ultramontaanschen vijandigen invloed — en had zelfs den afgezetten pastoors verboden, kerkelijke functiën uit te oefenen,

1) In partibus infidelium, d. i. wiens gebied in handen der ongelooiigen it.

Sluiten