Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den Gouverneur aangekondigde bezoek der commissie uit te stellen, totdat hij een antwoord van den Sultan van Turkije, wiens tusschenkomst hij reeds in 1868 gevraagd, maar nu andermaal ingeroepen had , ontvangen zou hebben. De Regeering willigde dit verzoek in, liet zelfs de gezanten met een Nederlandsch stoomschip over Singapoera naar Atjeh terugbrengen, maar was juist daardoor des te meer verontwaardigd toen zij vernam, dat het gezantschap van zijn vertoef te Singapoera op slinksche wijze gebruik had gemaakt om bij de agenten van onderscheidene mogendheden aan te dringen op het sluiten van tractaten, onder voorgeven dat Nederland hun rijk wilde annexeeren. Zelfs was reeds door Atjeh uit Frankrijk hulp gevraagd. Deze dubbelhartige handelwijze deed de Regeering, die alle vreemde inmenging wilde voorkomen, sneller dan zij vermoedelijk anders gedaan zou hebben, tot doortastend optreden besluiten. De Vice1 resident van den Raad van Indië, Nieuwenhuizen, werd tot Commissaris benoemd en met vier oorlogsschepen naar Atjeh gezonden, terwijl tevens de noodige troepenmacht bijeen gebracht werd onder bevel van Generaal-Majoor Kohier om, na oorlogsverklaring, onmiddellijk handelend te kunnen optreden.

Den 2 2 sten Maart 1873 kwam Nieuwenhuizen ter reede van Atjeh. Zijn eerste brief werd beantwoord met de uitvlucht, dat geen besluit kon genomen worden voordat het antwoord van Turkije ontvangen was; zijn tweede, waarin Atjeh den oorlog werd aangezegd, als binnen 24 uren geen voldoend antwoord was gevolgd, met nieuwe uitvluchten. Hierop volgde de oorlogsverklaring op 26 Maart. Op verzoek werden nog twee dagen uitstel verleend; daar echter de Atjehers middelerwijl voortgingen met de versterking hunner verdedigingswerken, werden deze door de marineschepen den 28^ Maart beschoten. Den 5*» April kwamen de troepen aan, sterk 3600 man.

Opnieuw, gelijk reeds zoo menigmaal te voren, begon men dezen oorlog met te geringe macht, overmoedig, met volkomen miskenning van de dapperheid en doodsverachting der Atjehers. Bij eene verkenning op den 6den April werd vruchteloos een fort bestormd, dat den 8ste, na hevige beschieting door de ma-

Sluiten