Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VOORGESCHIEDENIS VAN DE ZENDING OP SOEMBA

Soembaneezen te gaan, en wel door middel van een zekeren Titoes, die de zoon van een vorstelijken vader en van een slavin was. Hij had zijn jeugd niet op Soemba doorgebracht; de laatste jaren in dienst van de Regeering. Uit overtuiging had hij het Christendom aangenomen.

Na zijne pensioneering keerde hij naar zijn geboorteland terug en vestigde zich ergens in Mangili, ongeveer een dagreis van Melolo. Hij maakte kennis met Ds Pos en samen besloten ze in Mangili een zendingspost te vestigen. Aldaar zou een school geopend worden. De onderwijzer, die daar geplaatst werd, moest 's Zondags in de godsdienstoefening voorgaan, terwijl Titoes als tolk zou optreden, den onderwijzer zou bijstaan en ook voor een schoolgebouw zou zorgen. Dit kwam eindelijk gereed.

Deze zendingspost heeft niet aan de verwachting beantwoord. Titoes had niet dien invloed bij zijne landgenooten, als Pos verwacht had. Titoes was wel van aanzienlijke afkomst, doch men kon niet vergeten, dat zijn moeder slavin was. Ook was hij te lang in den vreemde geweest, dan dat de Soembaneezen hem als een der hunnen zouden beschouwen.

Men had gehoopt op de medewerking van de bevolking, maar deze bleek onverschillig en niet van het Evangelie gediend te zijn; ja, betoonde zich dikwijls vijandig. Met de school wilde het ook niet. Het aantal kinderen slonk spoedig tot drie en toen in 1902 het schoolgebouw in de vlammen opging, gaf men den moed op. De onderwijzer werd naar elders verplaatst.

Dit begin van den arbeid onder de Soembaneezen was niet bemoedigend. Het doet ons zien, dat arbeiders op het zendingsveld veel geloof noodig hebben, om te midden van de vele bezwaren kalm voort te gaan. Pos opende het schooltje te vroeg; de tijd was er nog niet rijp voor. Daarbij kwam, dat spoedig na de opening van dit schooltje Pos met verlof ging en nu ontbrak het noodige toezicht, zoodat het wel mislukken moest Hij heeft hierdoor toch bewezen iets tot stand te willen brengen onder de Soembaneezen.

Toen hij 10 jaren op Soemba was ontving hij de vrijheid, voor een of twee jaar te mogen repatriêeren. Tijdens zijn verlof werd het zendingswerk op Soemba door de drie Provincies Groningen, Drente en Overijsel overgenomen en Ds Pos als missionair-predikant door de kerk van Groningen beroepen. Toen hij in 1902 weder in Melolo terugkwam, bleek, dat het godsdienstig en zedelijk leven in de gemeente zeer was ingezonken en de liefde van velen jegens hem verkoud. Had hij nog maar over zijne vorige krachten kunnen beschikken, dan ware hij dit wel te boven gekomen, doch hij werd door een kwaal aangegrepen, die langzaam maar zeker zijn lichaam sloopte. Het laatste jaar van zijn verblijf op Soemba bracht voor

Sluiten