Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOT DANKBAARHEID GENOOPT

Ds Wielenga, in brand gestoken; deze werd zelf zeer gekwetst, de beide helpers Thomas en Philippus zwaar gewond en Ama Oedje, een ouderling, doodelijk getroffen, met het gevolg, dat hij zeer spoedig overleed. Den 8en December 1906 ontvingen Deputaten uit Soerabaia een telegram meldende: „huis Pajeti afgebrand, Ongedeerd". In 1907 werd Mevr. de Bruijn ziek, zij sukkelde een tijdlang en had soms ondragelijke pijnen. 30 Maart 1914 deelde Ds L. P. Krijger ons mede, dat het den Heere behaagd had hun beide jongste lievelingen, Hendrik en Cornelia Jacoba, tot zich te nemen. Beiden overleden kort na elkander. Het jongetje was 14 dagen, het meisje slechts 4 dagen ziek geweest. Zondagsmiddags 29 Maart te vier ure, werden zij ter ruste gelegd in een graf in een hoekje van hun erf. Juni 1915 werd ons geseind, dat het huis van Ds Krijger met den inboedel in vlammen was opgegaan. Door kwaadwilligheid was deze ramp veroorzaakt. Het was de derde pastorie, waarvan niet anders dan de puinhoopen overbleven. Niet lang na de ramp openbaarde zich bij Ds en Mevr. Krijger krankheid des lichaams, die hen belemmerde om geregeld hun arbeid waar te nemen. Begin 1916 verloren Ds en Mevr. Colenbrander hun zoontje Hendrik, in den ouderdom van elf maanden. Slechts drie dagen was hij ziek. Waarschijnlijk was het de gevreesde dysenterie, die hem zoo spoedig deed bezwijken. In September van datzelfde jaar moest de heer T. van Dijk wegens ziekte naar Java om wat uit te rusten. Het gevolg van een veel te intensieven en omvangrijken arbeid was een overspanning. In October 1917 moest Zuster Lock wegens ziekte naar Java. Eerst werd ze aangetast door knokkelkoorts, toen door een aanval van dysenterie. Wel was zij nog weer een tijdlang werkzaam op Soemba, maar in 1920 moest zij repatrieeren. Haar taak, zoo hoopvol aangevangen, moest zij zoo spoedig neerleggen. Volgens het getuigenis der broederen op Soemba, verdiende zij een woord van waardeering voor het groote werk, dat zij te Pajeti tot stand heeft gebracht. Toen ze begon, vond ze eigenlijk niets; toen ze wegging, was er een ziekenhuis, zoo goed ingericht, als men met de hulpmiddelen, die haar ten dienste stonden, maar mocht verwachten. 19 Februari '21 kwam Ds Wielenga met zijn gezin in 't Vaderland, om niet weer naar Soemba terug te keeren. Op medisch advies mocht hij zich wegens toenemende gezichtsverzwakking niet opnieuw wagen aan een verblijf in de tropen. Begin 1921 berichtte men van Soemba, dat onverwijlde repatriatie van Ds Krijger wegens zijn gezondheidstoestand noodzakelijk was. In 't laatst van de maand Juli kwam hij hier reeds aan. Zoo waren er op eenmaal 2 vacatures op Soemba, ontstaan door 't vertrek van Wielenga en Krijger. Een ongemeen zware last drukte op de schouders van Ds de Bruijn en Ds Colenbrander.

Gedenkboek 3

Sluiten