Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE ONDERWIJZER

Een trouwe, ijverige werker is hij.

Dat durf ik vol te houden, al beweert ge duizendmaal, lezer, dat ijver en trouw niet meer zoo gevonden worden in onzen tijd.

Goeroe Tangkas heeft een moeilijke school. De kinderen wonen bijna allen op grooten afstand, zoodat ze niet eiken dag naar huis terug kunnen keeren; zoo eens in de week gaan ze eten halen. Doch het spreekt vanzelf, dat er dan de neiging is om langer thuis te blijven dan strikt noodzakelijk is. Het is zaak daarover geen gras te laten groeien, want van afstel komt zoo licht uitstel. Daarom trekt de goeroe er na schooltijd op uit. 't Zijn vaak tochten van 10 tot 20 K.M., door moeilijk bergterrein, zoodat hij vaak pas laat in den nacht of eerst den volgenden morgen terug is. Doch hij acht die moeite niet: het gaat om zijn school.

Zijn collega beweert, dat dat een ijver is zonder verstand. Hij weet er tenminste wel een andere manier op. Hij is zeer bevriend met het Hoofd van zijn standplaats en vraagt om diens medewerking om het verloren schaap terug te halen. En vaak bereikt hij langs dien weg ook zijn doel. Doch het is de vraag, welke weg de beste is. Goeroe Tangkas begeeft zich onder de menschen; zijn vrind laat het Hoofd zijn verantwoordelijkheid gevoelen. Beide op zichzelf nuttige zaken, waarvan het geen kwaad kan, dat ze ze eens met elkaar bespreken. Maar ik heb in elk geval respectvoor den ijver van goeroe Tangkas.

Doch niet alleen voor hem, die zich door zulke bijzondere prestatie's verdienstelijk maakt. Even goed voor al die anderen, die er zich op toeleggen hun leerlingen vooruit te brengen en hun school in elk opzicht in orde te hebben. Wijs me nu niet op Taboe Dinja, wiens school nu toch niet zoo bijzonder goed is. Want ik geloof niet, dat het hem schort aan ijver. Wel aan tact. Maar dat wilt ge hem toch niet als schuld aanrekenen?

En werp over dien schoonen trek ook weer geen schaduw, door de voortdurende controle in het licht te stellen, alsof door controle van een luiaard een ijverig mensch, van een onverschillige een plichtsgetrouwe kan worden gemaakt.

Hebt ge niet dikwijls geklaagd, lezer, dat ge tegenwoordig zoo zelden een tevreden mensch ontmoet? Daarom doet het me zoo goed, dat ik u er een wijzen kan: onze Goeroe. Als ongetrouwd onderwijzer is hij begonnen met f 15 per maand; in den loop der jaren is dat geklommen tot een dertig gulden. Geen hoog salaris dus. Maar hij is er tevreden mee, want hij heeft er driemaal daags zijn eenvoudige maaltijd voor en kan zich en zijn gezin een passend kleed aanschaffen. Luxe kan hij zich niet veroorloven; doch dat vraagt hij ook niet. Ja, Pemoedah, dat jonge ventje, wou den heer gaan uithangen, aan welke wensen hij niet anders kon

Sluiten