Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IETS OVER HET WERK IN WEST-SOEMBA (KAROENl)

van Christus. Altijd weer valt het mij op, dat ze zoo weinig spreken van wat Christus deed voor ons. Des te meer leven ze er in, dat ze God nu kennen en dat Hij hun Vader is en dat ze gemeenschap hebben met Hem, dat ze uit de duisternis overgebracht zijn naar het licht — dat ze „terecht" zijn. Ze houden zich vast aan den Vader die hen liefheeft en dien zij liefhebben en op Wien ze vertrouwen. Ik geloof, dat ze er weinig over nadenken, hoe het mogelijk wordt, dat een zondaar door God weer kon worden aangenomen. Men zou ze kunnen vergelijken met geloovigen uit het Oude Verbond, die, met God verzoend, slechts een vage voorstelling hadden van de verzoening zelf. Op ons rust de taak, om met veel geduld en zoo eenvoudig mogelijk telkens weer dit stuk van ons geloof naar voren te brengen, zoodat ze mogen wandelen in het heldere licht van de rijke openbaring in Christus.

Het is heelemaal niet noodig om aan te toonen, dat er ook in het derde hoofdstuk van ons geloof, de dankbaarheid, een groot verschil valt waar te nemen tusschen bekeerlingen van ons terrein en Christenen in Nederland in het algemeen. Vooral wat hun leven betreft is het o, zoo moeilijk hen recht te beoordeelen.

Dikwijls zullen we hun verdiensten te hoog schatten en hun zonden te gering. Maar niet minder is ook het omgekeerde het geval.

Wanneer Ana Lolo b.v. in zijn kampong openlijk getuigt en de menschen vermaant, dan lijkt dat beschamend voor menig Christen, maar in werkelijkheid zegt dat misschien niet zooveel, als wanneer menig jong Christen in Nederland in bepaald gezelschap zijn handen vouwt en zijn oogen sluit om een zegen te vragen voor den maaltijd. Maar als diezelfde Ana Lolo een schuld heeft van enkele guldens en maar niet wil betalen, dan zegt dat ook weer niet zooveel van de slechtheid van zijn karakter, als wanneer een Christen in Nederland zijn schuld niet wil betalen.

Wanneer Mette Malo gedobbeld heeft om een paar cent misschien, dan is dat een zonde, waarom hij afgehouden wordt van het Avondmaal, een zonde, die voor hem zeker veel grooter is, dan wanneer in Nederland iemand om een paar cent gespeeld heeft.

Maar ook wanneer een Christen hier belijdt voor het H. Avondmaal, dat hij in drift zijn vrouw en kinderen nog al eens onbehoorlijk geslagen heeft, dan mag men dat niet over één kam scheren met eenzelfde geval in Nederland.

Onze Christenen blijven kinderen van hun volk

Wie dat volk niet kent (en wie kent het?) kan onze Christenen niet recht beoordeelen. Kinderlijk eenvoudig zijn ze soms en missen de elementairste begrippen van orde en regel.

Het hoofd van de kampong Wano Maredde had mijn paarden in de weide gehad, en ik was hem daarvoor acht gulden vijftig schuldig. Tot mijn zeer groote verbazing zegt hij: „Dat geld wil

Sluiten