Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verdedigen van iemand die een algeheele bekentenis heeft afgelegd, is nooit een dankbare taak maar voor een adatrechtbank is zij vrijwel hopeloos. Daarbij kwam dat mr Van Hoeves bijstand pas zeer laat is ingeroepen (op aanstichting van Ponto) zoodat hij geen tijd had om bronnen te Batavia na te zoeken. Maar wat hij nochtans uit deze zaak gehaald heeft, doet mij zijn pleidooi (dat nog geen half uur duurde) bewonderenswaardig noemen en hem rekenen tot de advokaten van niet alledaagsch kaliber. Daarbij vermeed hij aUe sensatie of noodelooze agressiviteit, was de hoffekjkheidzelve en het eenige excepties die tot stagnatie hadden kunnen leiden, rusten tot bn de gratie-instantie. Maar wat hij, door zijn relaties en zijn kennis van Indische „pandecten' (zou men kunnen zegeen) in dat halve uurtje heeft aangevoerd, deed zien hoe gelukkig het voor de beklaagden was, dat ze geen verdediger uit Nederland hadden gekregen. Hij wees er op dat ook Nederlandsche bestuursambtenaren zich wel eens aan mm oorbare praktijken hadden schuldig gemaakt en legde, ter verzachting van Kansils schuld, vooral nadruk op de jarenlange nalatigheid der Nederlandsche bestuurscontröle, ter ülustraue o.a. ook de „rotzooi"-spreuk van dien gezaghebber uit 1919 aanhalend en het „Accoord!" van diens opvolger. Maar bovendien betwistte hij, op interessante en sterke gronden, de bevoegdheid van deze rechtbank om een Radja te vonnissen. Een bouverein, zoo betoogde hij, kan niet terechtstaan en de Indische zelfbestuurders zijn wel ondergeschikt aan het Gouvernement en strafbaar voor wat zij jegens het Gouvernement misdoen, maar niet voor misdragingen jegens het landschap dat_zij| besturen, want daartegenover zijn zij Souverein. En deze Kadja s vergrepen zich niet aan een Gouvernements- maar aan een " Landschapskas. Op hen is dus het oordeel van prof .Van Hamel uit diens „Inleiding" toepassehjk: „Bij de erkenning der staatsrechtelijke onmogelijkheid dat een die vervolgd ot gestraft wordt, tegelijk de kroon draagt, legt het Recht zich neder." En dat dit ook door onze Indische Regeering zoo is opgevat toonde pleiter aan met twee citaten uit de Nota be-

Sluiten