Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon verwerken en daarna keer ik vandaar met de „Riouw" naar Nederland terug. Nu heb ik nog wel een brief over een speciaal onderwerp en voorts eenige slotbeschouwingen in de pen maar nieuwe reiservaringen zal ik wel niet meer te behandelen hebben. Zoodat ik, in dit grootste en voornaamste Indische hoteldorp, waar ik dezen nacht voor 't laatst mijn vriend de tokkeh m mijn achtergalerij zijn keel zal hooren schrapen en zijn naam zal hooren uitrhythmen, mijn ervaringen van reizen en verblijven in Indië wel vast kan gaan neerschrijven.

Ze zijn in hoofdzaak niet zeer verschillend van die van miin vorige reis De hotels in Indië blijf ik in 't algemeen goed vinden en stellig met minder, wat behuizing, verzorging, bediening en voeding belangt dan de hotels in eenigermate overeenkomstige plaatsen m Nederland. Alleen zijn ze zeer veel duurder hetgeen echter vanzelf spreekt daar het reizende publiek in den heel en Archipel immers nog geen 200.000 personen telt. Dat is het aantal Europeanen in Indië. En reizende Chineezen trekken nog maar zeer weinig in Europeesche hotels; de tegenwoordig heel druk reizende Inlanders doen dat op een enkelen voornamen Regent na, nooit

Hotels nu als Des Indes te Weltevreden,' De Boer te Medan en Ngemplak te Soerabaya zal menige andere koloniale mogendheid ons benijden maar onmiddellijk daarna moeten, naar mijn ervaringen van vier jaar her, het Siantarhotel en, naar die van ditmaal, het Ju ianahotel (in de Lampongs) worden genoemd. Terwijl ook Hotel Bandjar in Bandjermasin, Hotel Banjoewangi en (in Makassar) het Oranjehotel zeer zeker onnft blyzPnder «oed verzorgde moeten worden gerekend. Ik heb daarbij ook in de bediening geenerlei verschil kunnen merken met vier jaar geleden (d.w.z. toen er nog geen oproerige beweging was geweest). Ze verschilde natuurli k wel naar gelang van den landaard — de Ambonees is nu eenmaal vrijmoediger dan de Javaan en de Manadonees voelt zich te veel orang-kristen om gauw te komen als men niet Piet of Lodewijk of Hendrik roept maar „djongos" — doch dat zal wel

Sluiten