Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zyn leven, vroeger las men er weinig over, maar men beleefde het zelf. Tegenwoordig doceert men veel over „associatie" (maar men raakt er hoe langer hoe verder vandaan), vroeger had elke totok die associatie als werkelijkheid in zün eigen huis. Dank zij de „concubine". Nu heeft de Europeesche vrouw de njai wel haast geheel verdrongen. Dit is uit een oogpunt van moreele ordelijkheid en van verzachting van zeden zeker een voordeel, doch men ziet gewoonlijk de nadeelen daarvan geheel over 't hoofd. Ten eerste hebben die Europeesche huwelijken, die vaak haastig en na oppervlakkige kennismaking gedurende een Europeesch verlof worden aangegaan, een ontstellend groot aantal echtscheidingen ten gevolge; deze huwelijken blijken vaak voor de echtgenooten zóó weinig van den hemel te hebben meegebracht (waar ze toch immers heeten te zijn gesloten) dat trouwen voor de hedendaagsche Totoks dikwijls een soort stuivertje verwisselen beteekent, waarbij men eenige malen van zijn boompje wegloopt om 't maar eens met dat van een ander te probeeren. Men moet dan ook voorzichtig zijn met het vragen, aan een kennis van een paar jaar geleden, naar den welstand van zijn vrouw (of van haar man) ; het antwoord kon wel eens wezen: Welken bedoelt u? Maar is dat te verwonderen wanneer men elkaar gedurende een verloftijd van eenige maanden eerst heeft moeten vinden... en dan geen tijd meer heeft om Schiller's waarschuwing ter harte te nemen:

Drum prüfe, wer sich ewig bindet, Ob sich das Herz zum Herze findet. Der Wahn ist kurz, die Reu' ist lang!

Maar ik betwijfel, of zulk een toestand in moreel opzicht nu wel zooveel hooger moet worden geschat dan het vroegere samenleven van den Totok met zijn njai.

Als bijkomstig nadeel vermeld ik voorts de opmerking die ik o.a. zoowel in den Oosthoek van Java als in Deli hoorde, dat de collegialiteit, het kameraadschappeHjke in het verkeer tusschen de Europeesche mannen, aanmerkelijk is verminderd.

Sluiten