Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intusschen vroeg ze zich af of ze wel bevrediging zou vinden in het werken aan de Gouvernementsschool, waar toch z. g. n. neutraal onderwijs gegeven werd.

Ze had wel eens gesproken met collega 's, die voor 't Gouvernement uitgingen naar Indië.

De een dacht een soort zendingswerk te doen, als hij als christenpaedagoog zich wijdde aan de kinderen ginds, ook ai mocht men op school over godsdienst niet spreken, t' Was beter christelijke onderwijzers aan die gouvernementscholen dan allerlei soort van ongeloovige of communistische elementen er heen te brengen.

Een ander had gezegd, dat je door zondagschool houden, voor de kinderen uit je klas ook veel goed kon doen aan die leerlingen, die anders nooit iets hoorden over den Bijbel en totaal onkundig bleven van alles wat hun hoogste belangen raakte.

Bevredigd had het Lien eigenlijk nooit, die opvatting.

In het diepst van haar hart voelde ze wel, dat er gevaar in school, maar nu ze zelf met het verlangen rond liep naar Indië te willen gaan, deed ze hetzelfde wat anderen vóór haar deden: zich inbeelden dat daar welhchthaar roeping lag — dat men bij het Gouvernement evengoed christehjkonderwijzerkonzijnalschristehjkambtenaar. Er wasmaar één wenschinhaar: zoospoedig mogelijk zien weg te komen.

Eigenlijk wilde ze er 't liefst eens heelemaal uit — de kleine kring, waarin ze leefde benauwde haar. Ook thuis, waar ze jaar in jaar uit steeds met dezelfde menschen omgingen — eiken Zondag weer op dezelfde plaats in de kerk zaten —, drukte het leven soms als een last op haar ziel.

Zij wilde graag eens iets meer van de wereld zien — het leven van anderen kant bekijken. Koortsachtige drang om te ontkomen aan het alledaagsche, aan het sleurleventje waarin ze zich voelde vast gegroeid, werkte mee dat ze met beide handen het middel daartoe aangreep.

„Naar Indië" werd voor haar de lokkende tooverspreuk. Het nieuwe land zou voor haar ook nieuwe idealen scheppen en door een geheel andere omgeving zou ze — ze geloofde het zoo zeker — weer zichzelf worden.

Lange brieven wisselde ze met Annie de Winter, die — méé door Lien 's enthousiasme — zelf ook hoe langer hoe meer voelde voor het plan, dat ze eigenlijk in het begin zoo losweg had voorgesteld.

I

Sluiten