Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afzonderlijk bijkomstig iets. Daar ging het niet om. Nee, je weet wel wat ik bedoel. Voor mij is de Bijbel het Woord van God. — Ik geloof in Jezus als de Zoon van God. Ik weet wel dat ik nog o, zoo 'n kleingeloovige ben, maar ik heb toch vooral in deze weken — zoo gevoeld dat ik niet zou willen leven buiten God.

Ik heb wel dikwijls getwijfeld en ik zit met heel wat moeilijk, heden als 't er op aankomt, maar — dit weet ik nu toch wel heel zeker: ik zou onmogelijk gelukkig kunnen zijn met een man, die niet met mij hetzelfde dacht in de geestehjke dingen.

Wim ik kan en ik mag je vrouw niet worden, zoolang dat

belangrijke punt voor jou niet is opgelost. — Vredenburg stond met gefronst voorhoofd en droefheid op zijn gezicht naar haar te luisteren.

Zij wachtte — maar hij zei geen enkel woord.

Je wou weten, begon ze opnieuw — hoe ik over dat andere

dacht.

Ik wil er graag nog eens kalm over nadenken.

Begrijp je Wim, dat het me heeft geschokt? Ja, ik wist wel dat

zooiets veel gebeurt in Indië maar van jou had ik dat niet

verwacht.

't Is me zelfs geen moment ingevallen er aan te denken 't

Heeft me zóó aangegrepen dat ik er nog geen zuiver oordeel over kan uitspreken.

Laat mij probeeren er rustig over te oordeelen. Ik voel me zóó vreemd gejaagd.

Het viel hem op, hoeveel zachter haar stem klonk, dan bij hun gesprek van den vorigen avond, over hetzelfde onderwerp, al voelde hij heel goed dat het haar diep gegriefd had.

Beschroomd vroeg hij: „Maar Lien .. . begrijp je dan ook niet, dat het een heel bijzonder leven is in Indië ... Alléén — denk eens in — alléén in een huis te wonen ... in een stille plaats tegen niemand eens te kunnen spreken .. . 'k Heb oogenbhkken gekend, dat ik niet meer dènkenkön.dat iknaar Batavia gegaan ben, om een dag of wat weer eens leven en menschen om me heen te zien. Ik wil mijn gedrag niet goed praten — volstrekt niet. Maar ik zou willen dat je kon begrijpen en niet slechts veroordeelen. — Juist van jou valt me dit zoo zwaar om te dragen."

— Het is toch ook vreesehjk zei ze zacht. . . .

Sluiten