Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het scheen nu alles tusschen hen een afgedane zaak. De dagen die nog restten vóór ze aankwamen waren als kostbare oogenblikken ... die ze zoo goed mogehjk moesten besteden.

Over het groote verschil tusschen hunne opvattingen werd niet meer gesproken.

Beiden wisten dat daaraan voorloopig door praten niets meer veranderd kon worden.

Ze namen, wat binnen hun bereik lag, met dankbaarheid aan . . . dachten dan niet aan de toekomst.

Soms zaten ze in de morgenuren bij de piano, als de anderen aan dek lagen in de stoelen of met allerlei spelletjes zich bezig hielden. Annie het hen met opzet den meesten tijd alleen.

Vredenburg speelde goed. Soms begeleidde hij Lien bij haar zang.

In die klanken van de muziek en de woorden der hederen, die zij zong, vonden hunne harten elkaar ook weer.

Hoe dichter ze de Indische kust nader kwamen, hoe minder woorden er tusschen hen gewisseld werden.

Ten slotte verlangden ze beide naar het einde van de reis. Het werd een kwelling te weten: elkaar hef te hebben en toch die hefde te moeten onderdrukken.

* *

Lien en Annie zaten in de groote achtergalerij van de familie Banninga op Tanah Abang te Weltevreden. Beiden waren in lectuur verdiept. Om hen heen heerschte de stilte van een Indischen morgen, in een huis waar de kinderen naar schoolzijnen de bedienden geruischloos, op bloote voeten, hun werk doen. Mevrouw was op haar dagehjksche tocht naar de bijgebouwen en gaf aan de kokki de goedang1) uit.

Een oogenblik dwaalden Lien's oogen van haar boek weg . . . Dankbaarheid vervulde haar hart, als ze er aan dacht hoe hartelijk zij en Annie door meneer en mevrouw Banninga waren verwelkomd bij de aankomst in Priok. De treurigheid om de scheiding van Vredenburg werd voor een oogenblik teruggedrongen toen Lien werd overrompeld door de groote vriendelijkheid die mevrouw aan haar, het kind van haar vriendin in Holland, bewees.

i) provisiekamer.

Sluiten