Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan hun huiswerk gezet. Zelf was ze een oogenblik geleden naar het voorerf geloopen.

Plotseling hoorde Lien haar naam roepen: Lien kijk eens... wie ik hier meebreng! Vredenburg stond naast haar.

Lien ontstelde . .. 't was of ze zich voelde wegzinken. Dus toch! Dan had Mevrouw Banninga 't geweten!

Als door een waas zag ze hem naderkomen . .. haar oogen bleven vast op hem gericht.

Mevrouw Banninga het hen aheen ... Zij ging het huis binnen, wel wetend dat die twee haar nu niet noodig zouden hebben.

Toen hij vlak bij haar kwam sloot ze de oogen, wachtte zóó, tot ze zijn aanraking voelde. Hij boog zich over haar heen . . . greep haar handen, fluisterde met ontroering haar naam: —Lien, zie ik je eindehjk weer? Kind, wat is die tijd mij lang gevallen. —

Nog zei ze niets, keek hem maar aan, lachte hem toe en haar oogen schenen te zeggen: ik heb je zoo hef, o, zoo hef.

— Kind, hevehng ... zei hij, nu laat ik je niet meer gaan. Nu bhjf je bij me hoor. Ik kan niet voor een tweede maal afstand van je doen. Heerhjk dat je nu op Batavia bhjft. —

Hij zette zich bij haar neer . . . hield haar hand vast, als wilde Jiij die nooit meer loslaten.

Hij keek haar telkens opnieuw met gelukstralende oogen aan.

Bewonderend gleden zijn blikken over haar gestalte ... over haar lang haar dat in twee vlechten was opgemaakt.

„Ik kan niet begrijpen kind, hoe de tijd is omgekomen, 'k Dacht soms, dat ik je nooit meer terug zou zien."

„Maar" fluisterde hij, terwijl hij zich naar haar overboog „nu laat ik je ook niet meer los."

Lien keek hem vast in de eerhjke, trouwe oogen, als wilde ze daarin zijn gedachten lezen ... Hoe zou ze 't hem toch zeggen, wat ze op de boot had besloten.

Aarzelend vroeg hij: „wat denk je Lien — zou je het aandurven met mij — de afgedoolde, die begonnen is zich om te keeren, naar ik hoop ... in de goede richting ..."

Ze nam zijn hand, trok die naar zich toe en bedekte er haar oogen mee.

Sluiten