Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat was het woord waarmee Ds. Wessels hen toesprak.

Hij wist wat ze doorleefd hadden, — de jonggetrouwden. Hij wist wat er in hun hoofd en hun hart moest omgaan, nu ze de voor hen zoo dubbel gewichtige stap deden, die hen voor altijd samen bond. Niet alleen aardsch geluk hadden ze van God ontvangen — boven bede en denken waren hun rijke geestelijke zegeningen ten deel gevallen. In diep besef daarvan was het dat Lien en Wim samen neerknielden en den zegenwensch over hunne hoofden hoorden aanheffen:

Dat 's Heeren zegen op u daal! Zijn gunst uit Sion u bestraal Hij schiep 't heelal zijn naam ter eer, Looft, looft nu aller Heeren, Heer!

Toen de sneltrein het perron uitreed en de pasgetrouwden in een ie klasse- wagen samen in een afzonderlijk gedeelte hadden plaats genomen keek Lien het breede coupé-raam ■ uit en wierp een laatste blik over den wandelweg langs het Koningsplein.

Een weemoedigen indruk had haar het afscheidnemen van hunne oprechte en goede vrienden gegeven.

— Lien — vroeg Wim — terwijl hij haar hand vatte: Zeg me nog ééns, dat je gelukkig bent. Lieveling ... ik beloof je, al wat in mijn macht is, zal ik doen om jouw geluk te bevorderen.

Geloof je me? .. . kind, kijk me aan . . . laat ik het in je oogen lezen dat ahes goed is. —

— Ahes is goed —ik ben gelukkig — zei ze, met grooten nadruk — — maar, Wim het is haast te groot voor me, en ik heb zóóveel indrukken: van de preek en van onze vrienden en nu weer het afscheid ... ik ben er werkehjk ontroerd van. —

— Ik zal nooit vergeten, — zei Vredenburg — wat Ds. Wessels voor me is geweest. Hij kon met recht van ons zeggen: heden is dezen huize zaligheid geschied ...

Vol van gedachten zaten ze zoo langen tijd .... de handen in een. Terwijl de trein zich voortspoedde, in de richting der bergen, naar Bandoeng, van waaruit ze hun verdere uitstapjes zouden maken, zagen ze in hunne verbeelding voor zich een leven van enkel geluk en hefde ..

Sluiten