Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toetsen aan het voorbeeld van den Heüand, Wien geen offer te groot geweest was om het verlorene te redden, en het verachte tot Zich te trekken.

Eens op een avond tegen half zeven wandelde Lien met de kinderen in den tuin voor het hotel toen er een huurwagen het erf op kwam rijden, waarin een dame zat met koffers en een reismand.

Er kwamen eiken dag nieuwe gasten, of menschen op doorreis in het hotel en altijd weer keken de anderen naar de nieuw aangekomenen. Dadelijk vlogen de jongens toe om de koffers in ontvangst te nemen en weg te dragen naar de bestemde kamers. De wagen hield vlak bij de plek stil, waar Lien stond.

Opeens weerklonk een uitroep van verrassing. Het was mevrouw de Klerk van Wezum die uit het voertuig stapte.

— Nee, maar! — riep ze, — ben jij hier, Lien? —

— Ja, ik logeer hier voor een maand ... dit zijn mijn kinderen zei ze, dichterbij komende . . . Annie en Ineke stonden vlak bij hen, nieuwsgierig te kijken: — dit is Annie, de oudste, — vervolgde ze met nadruk, mevrouw de Klerk veelbeteekenend aanziende — en dit is onze jongste: Ineke. Komt u ook hier logeeren? — vroeg ze met een klank van bhjdschap in haar stem.

— Ja, en wat trèf ik het nu prachtig, dat jij hier bent. Je moet weten, mijn man is al een tijd geleden op Sumatra geplaatst, misschien heb je 't wel gelezen, en nu moest hij naar Buitenzorg om over den dienst een conferentie met den Gouverneur Generaal te houden. Wij zijn samen op reis gegaan. Ik had echt lust nog eens een week of veertien dagen op Fort de Koek te zitten in de koü. Heel vroeger toen mijn man nog Controleur was hebben we hier in de buurt gewoond en ik ben dus goed bekend in deze streek, 't Leek me zoo prettig hier nog eens weer al de mooie plekjes op te zoeken.

Wat heerhjk ... nu kunnen we samen tochtjes maken. —

Al pratende waren ze met de kinderen opgewandeld... achter den

mandoer1) aan die hen vóórging naar de kamer, welke per brief

reeds was besproken.

*) hoofdbediende of „ober" in het hotel.

Sluiten