Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedragen. De eigenaardige Indische spekkoek kwam op de tafel en niet eerder verlieten de gasten het huis voor ze zich daarvan overvloedig bediend hadden. '*ÊÊ$

De natuur rondom Fort de Koek was overweldigend mooi. Eiken dag wist mevrouw de Klerk andere wegen en wandelingen te verzinnen.

Het Karbouwengat, een reusachtig uitgestrekt dal trok hen telkens meer aan, om zijn schilderachtige en kronkelende wandelwegjes door sawah's en langs beekjes en stroomen. Uren lang konden ze ook genieten van hun wandelingen door de Westenenksche boschjes, die langs den rand van het Karbouwengat hepen. Op verschillende punten waren banken geplaatst en konden ze van af een vooruitstekenden rotspunt of glooienden bergwand, in de diepte van het dal neer zien, waar op den bodem met zijn fantastisch groene vakjes, waarin de jonge bibit*) welig opkwam, ahes onbegrijpelijk klein leek.

De karbouwen met hun klingelende bellen aan den hals, schenen niet grooter dan een kalf ... de geiten die bij de kleine dessahuisjes rond hepen in het gras, gaven den indruk van jonge lammetjes.

De beekjes en stroomen die van de bergen af door het dal hepen, waren als züveren hnten, golvend door den groenen bodem .. .

Als Lien en mevrouw de Klerk op zulk een plek het schitterend uitzicht bewonderden, konden ze er niet van scheiden.

In die oogenblikken spraken ze zoo dikwijls heel vertrouwehjk sarnen.

Dan was het Lien of ze in mevrouw de Klerk haar moeder terug vond. Ze kon met haar veel bespreken wat aheen door een vrouw kan begrepen worden.

Haar moeite met de opvoeding van Annie . .. haar zelfzucht, haar eigenliefde ... zij spaarde zichzelf niet — maar zij onderwierp haar handehngen aan het oordeel der oudere, de aan ervaring rijke vrouw, die haar niet hard viel en haar toch een bhk gaf op haar feüen en gebreken zooals ze die tot nu toe nooit had gehad.

Zij kwam hoe langer hoe meer tot de ontdekking dat wat ze voor Annie had willen doen, aheen had bestaan in voornemens

*) rijstzaad, dat later wordt uitgeplant.

Sluiten